Hymne ter ere van de Heilige Patrick
Van de Heilige Secundinus
Hoort allen, minnaars van God, de heilige verdiensten
Van de in Christus gelukzalige bisschop Patrick,
Hoe hij door zijn heilige daden de gelijke werd der engelen
En omwille van zijn volmaakt leven genoemd wordt de apostelgelijke.
In alles onderhield hij Christus' gelukzalige geboden,
Zijn werken schitteren helder onder de mensen,
En zij volgen zijn heilig en wonderbaar leven
En zij verheerlijken de Vader in de hemelen als hun Heer.
Standvastig in de vreze Gods en onveranderlijk in het geloof,
Waarop de Kerk gegrondvest is als op Petrus,
Zijn apostelambt kwam van God uit
En de poorten der hel zullen Hem niet overweldigen.
De Heer heeft hem gekozen om de barbaarse volkeren
Te onderrichten en hen op te vissen met het net van zijn leer,
Om de gelovigen uit deze wereld op te trekken tot de genade
Om de Heer te volgen naar zijn zetel in de hemelen.
Hij verkoopt de uitverkoren talenten van Christus' evangelie,
En verzamelt ze met intrest bij de mensen van Ierland,
Als loon voor het grote zwoegwerk tijdens zijn tocht,
Zal hij met Christus bezitten de vreugde van het hemelrijk.
De getrouwe dienaar van God en de roemrijke verkondiger
Hij gaf het apostolische voorbeeld en het goede model,
Want hij verkondigde aan Gods volk zowel met woorden als met daden,
Zodat hij niet tot bekering door woorden, maar door het
voorbeeld van zijn goede daden.
Nu bezit hij met Christus de heerlijkheid, en in de wereld wordt hij geëerd,
Want door allen wordt hij vereerd als een engel van God,
God zond hem, als Paulus, tot de heidenen als apostel
Om de mensen te leiden naar het Koninkrijk Gods.
Door de vreze Gods is hij nederig van geest en lichaam,
De Heer rust op hem omwille van zijn goede daden,
Want hij draagt in zijn rechtvaardig vlees het lijden van Christus,
Hij beroemt zich slechts op het Kruis, zijn enige troost.
Onvermoeibaar voedt hij de gelovigen met het hemels festijn,
Behalve hen die veinzen met Christus op weg te zijn,
Als brood schenkt hij hun de woorden van het evangelie,
Die als manna zich vermenigvuldigen in zijn handen.
Uit liefde voor de Heer bewaart hij rein zijn lichaam,
Zijn vlees tooide hij als een tempel voor de Heilige Geest,
Voortdurend bewaart hij zijn lichaam rein met zijn daden,
Dat hij offert als een levende gave, aangenaam aan God.
Als dienaar van het Evangelie ontsteekt hij het Licht van de wereld,
Hij werd op de kandelaar geplaatst om heel de wereld te verlichten,
Hij is de versterkte stad van de Koning, boven op de berg geplaatst,
Waarin de grote overvloed te vinden is uit het bezit van
de Heer.
Waarlijk de grootste in het rijk der hemelen zal hij genoemd worden,
Hij die door goede werken volbrengt wat hij leert,
Hij die de gelovigen voorgaat door zijn goed voorbeeld,
Hij die met een rein hart vertrouwt op de Heer.
Moedig verkondigde hij de naam des Heren onder de volkeren,
En schonk hun de eeuwige genade in het bad van het heil,
Dagelijks bidt hij tot God voor hun zonden,
En brengt voor hen offerande, die waardig zijn voor God.
Hij minacht alle wereldse eer omwille van Gods wet,
In vergelijking met Gods tafel beschouwt hij alles als armzalig,
Hij wordt niet verontrust door de gewelddadigheid van deze wereld,
Maar hij verblijdt zich in tegenspoed, als hij lijden
mag voor Christus.
Een goede en getrouwe herder voor de kudde van het evangelie,
God koos hem om Gods volk te behoeden,
En om met goddelijke dogma's het volk te weiden,
Waarvoor hij, naar Christus' voorbeeld, zijn ziel gaf.
De Verlosser verhief hem om zijn verdiensten tot bisschop,
Om met het hemelse de legerschaar van de geestelijken te vermanen,
Om hen zowel met de hemelse voorraad als van klederen te voorzien,
De voorraad uit de goddelijke en gewijde schat.
Hij is de heraut van de Koning, die de gelovigen nodigt tot de bruiloft,
Hijzelf is getooid met het bruiloftskleed,
Hij drinkt hemelse wijn uit hemelse bekers,
Hij schenkt aan het volk van God de geestelijke drank.
Hij vindt een gewijde schat in de gewijde Boeken,
Hij ontwaart de Godheid in het vlees van de Verlosser,
Deze schat koopt hij door zijn heilige en volmaakte levenswandel,
Hij wordt Israël genoemd, de ziel die God schouwt.
Een trouwe getuige des Heren in de katholieke wet,
Zijn woord is gekruid met godsspraken,
Opdat het vlees der mens niet zou verrotten, gegeten door de wormen,
Maar gezouten met hemelse smaak tot een offerande.
Een ware en roemrijke landbouwer op de akker van het evangelie,
Het zaad dat hij zaait is het evangelie van Christus,
Hij zaait het met goddelijke mond in het oor der verstandigen,
Wier hart en geest hij geploegd heeft met de Heilige Geest.
Christus koos hem als zijn verkondiger op aarde,
Want hij bevrijdt de gevangenen van een dubbele slavernij:
Velen kocht hij los uit de slavernij van de mensen,
En ontelbaren bevrijdde hij uit de heerschappij van de
duivel.
Hij zingt hymnen, met de Apocalyps en Gods psalmen,
En legt hun betekenis uit, tot stichting van Gods volk,
Hij gelooft in het dogma van de heilige Naam der Drieëenheid,
En onderwijst het ene Wezen van de drie Personen.
Dag en nacht met Gods gordel omgord,
Bidt hij zonder ophouden tot God de Heer,
Hij zal het loon voor zijn indrukwekkend werk ontvangen,
Hij zal als heilige met de apostelen heersen over Israël.
Moge bisschop Patrick voor ons allen bidden,
Opdat de zonden, die wij hebben bedreven, onmiddellijk worden uitgewist,
Opdat wij steeds de lof van Patrick mogen zingen,
Om voor eeuwig te leven met hem.
Amen.
Hymne van de Heilige Cumineus
Tot lof van de apostelen
Juda, vier met vreugde de feesten van Christus,
en jubel bij de gedachtenis der apostelen:
Petros, de sleuteldrager, de eerste herder,
die vissen vangt met het net van het evangelie. Alleluia.
Paulos, de leraar van de menigte der heidenen,
het vat der uitverkiezing uit Israëls zaad. Alleluia.
En Andreas, die omwille van het geloof in Christus heeft geleden,
tot wie wij smeken dat hij ons, omwille van zijn verdiensten,
moge bijstaan. Alleluia.
En Jacobos, die de neef is van de Heer,
mogen zijn gebeden ons helpen in het strijdperlk van deze
wereld. Alleluia.
En Joannes, de gewijde uitverkorene vanaf zijn jeugd,
die rusten mocht aan de borst van de Bruidegom. Alleluia.
Filippos, de luisterrijke mond van welpsrekendheid,
laat ons bidden dat hij ons onophoudelijk behoedt. Alleluia.
Laat ons knielend naderen tot Bartolomeos,
die geboren werd, hangend in de vlakte der wolken. Alleluia.
Thomas, die uittrok naar de landen der Parthen
verlicht ons met de afgrond van zijn kennis. Alleluia.
Matteos schonk als aalmoes al de winsten van zijn bedrijf
om haastig Christus te volgen. Alleluia.
En tevens van Jacobos, de nederige,
vragen wij van man tot man om zijn gebed. Alleluia.
Simon, die ook de Kananeeër genoemd wordt
droeg het gewaad, dat gekleurd was door het bloed van
het Lam Gods. Alleluia.
Omwille van de verdiensten van de door het lot uitverkoren Mattias,
laat ons hem, die naar de hemelen werd overgebracht, vurig
loven. Alleluia.
Marcos, de uitmuntende, op bevel van de Gerechtigheid,
verkondigde Christus in Alexandrië. Alleluia.
Lucas, de ware arts, schreef zijn evangelie
tot eer van de Maagd en hij volgde het Lam. Alleluia.
Laten wij ook vieren de heldendaden van Vader Patrick,
opdat ook wij godwaardige werken mogen verrichten. Alleluia.
En de heilige Stefanos, de eerste martelaar,
die zuchtend voor zijn vijanden bad. Alleluia.
De tweemaal zevenvoudige kracht van het feest van de Heiligen
zij ons tot bescherming en schild. Alleluia.
Moge die kracht ons zijn tot beschermmuur
om te doven de brandende pijlen der demonen. Alleluia.
Opdat wij mohen opdragen een onbedorven hart
aan de Koning die heerst vanaf het begin tot het einde
der tijden. Alleluia.
Eer aan de Vader en aan Zijn Eengeboren Zoon,
en tevens aan de gelijk heersende , Heilige Geest. Alleluia.
Daarom zijn uw vrienden zo geëerd, o God,
daarom is hun heerschappij zo machtig. Alleluia.
Juda, vier met vreugde de feesten van Christus,
en jubel bij de gedachtenis der apostelen.
Hymne van de Heilige Colman
Moge Gods zegen ons dragen en bijstaan! Moge Maria's Zoon ons beschermen!
Mogen wij de nacht doorbrengen onder zijn bescherming!
Waar wij ook gaan, moge Hij ons wel beschermen!
Rustend of bezig, zittend of staand,
De Koning des hemels bij ons in elke strijd! Dat is ons
komend smeekgebed.
Een smeekgebed van Abel, de zoon van Adam; van Elia, van Henoch, ons tot hulp!
Mogen zij ons helpen tegen snelle ziekte, waar ook ter
wereld deze ons bedreigt!
Noach en Abraham, Isaäk de wonderbare zoon,
Mogen zij rond ons staan tegen de pest, en dat ons de
hongersnood ons niet bezoeke!
Wij smeken de vader van de twaalf, en Jozef, hun jongste broeder,
Mogen hun gebeden ons redden bij de edele Koning van de
vele engelen!
Moge Mozes, de goede aanvoerder, die het volk beschermde door de Rode Zee, mij beschermen,
En Jozua, en Aaron, de zoon van Amra, en David, de dappere
jongeling.
Moge Job met zijn vele beproevingen ons beschermen tegen gif;
Mogen Gods profeten, samen met de zeven zonen van de Machabeeën,
ons bewaren!
Wij roepen Joannes de Doper aan, hij zij ons tot schuilplaats en bescherming!
Mogen Jezus met zijn apostelen ons helpen tegen gevaren!
Mogen Maria en Jozef en de geest van Stefanos over ons waken,
Moge de gedachtenis van Ignatius' naam ons vrij maken
uit elke beklemming!
Elke martelaar, elke kluizenaar, elke heilige die leefde in reinheid,
Zij ons tot schild om ons te verdedigen, zij een pijl,
door ons afgeschoten tegen de demonen!
Wij smeken de Koning der koningen in onze gebeden,
Die Noach en zij bemanning bevrijd heeft ten tijde van
de vloed.
Melchisedek, de Koning van Salem, wiens oorsprong niet gekend is,
Mogen zijn gebeden ons bevrijden van elke ?????
En de Verlosser, die Lot bevrijd heeft uit het vuur dat doorheen de eeuwen bestaat,
Hij gewaardige zich ons allen te bevrijden, zo smeken
wij.
Omwille van Abraham uit Ur der Chaldeeën, moge de Koning ons beschermen, Hij bescherme ons,
Moge Hij mij bevrijden Die het volk het dorstige volk
bevrijd heeft bij de bron van Gaba!
De Koning, die de drie jongelingen gered heeft uit het rode vuur,
Moge Hij ons redden, zoals Hij David gered heeft uit de
hand van Goliat.
Moge de Heerser van de door lampen verlichte hemel medelijden met ons hebben, omwille van onze ellende,
Hij die zijn profeet niet heeft overgegeven aan de muil
van de leeuwen.
Zoals Hij een engel gezonden heeft om Petrus uit zijn boeien te bevrijden,
Moge de engel gezonden worden en ons bijstaan om al het
ruwe effen te maken.
Mogen wij ons aangenaam maken aan God door onze waardige werken,
Mogen wij bij Hem zijn in het eeuwige leven in het Koninkrijk
van het paradijs.
Zoals Hij Jona bevrijd heeft uit de buik van de walvis, een luisterrijke daad,
Moge de goede, dreigende, machtige Koning ons beschermen!
Moge Gods zegen ons dragen, en over ons komen!
Waarlijk, o God, moge waarlijk dit gebed verhoord worden:
Laat er steeds kinderen van Gods Koninkrijk verblijven
rondom deze plaats!
Waarlijk, o God, laat het werkelijkheid worden! Laat ons allen de vrede van de Koning bereiken!
Mogen wij het hemels Koninkrijk bereiken, mogen wij het
winnen.
Mogen wij zijn zonder leeftijd, in de eindeloze ruimten
met de engelen in het eeuwige leven!
Grote koningen, profeten zonder dood, engelen, apostelen - een edel gezicht!
Mogen zij komen met onze hemelse Vader om ons te zegenen
voor een duivels leger ons kan bereiken.
Zegen over onze patroon Patrick met de heiligen van Ierland rondom hem,
Zegen over dit klooster en over al wie er in woont.
Zegen over Brigid met de maagden van Ierland rondom haar,
Geeft allen een eerlijk getuigenis, zegen over Brigids
waardigheid.
Zegen over Columba met de heiligen van Schotland ginds aan de overzijde,
Over de ziel van de edele Adamnan die een wet gaf aan
de stammen!
Mogen wij eeuwig schuilen bij de Koning der elementen!
Hij nemen nooit zijn bescherming van ons weg!
Moge de Heilige Geest ons besprenkelen! Moge Christus
ons bevrijden en zegenen!
Hymne van de heilige Cuchuimneus
voor de Moeder Gods.
Laat ons elke dag en vele malen eendrachtig ziingen
en God toejuichen met een waardige hymne aan heilige Maria.
Nogmaals laat ons nu en later Maria samen loven
opdat onze stem elk oor zou doen galmen door onze smekende
lofzange.
Maria, uit Juda's stam, de moeder van de allerhoogste Heer
schonk de gepaste genezing aan de gevallen mens.
Gabriël kondigde het Woord aan, dat ontvangen werd
zonder aardse vader , en opgenomen werd in haar moederschoot.
Zij is de hoogste, zij is de eerbiedwaardige Maagd
die niet door haar geloof niet terugweek, maar standvastig
bleef.
Een dergelijke moeder werd voor haar en evenmin na haar ooit gevonden,
en toch was haar afkost van menselijke oorsprong.
Door de vrouw en het hout ging de wereld eertijds te gronde,
door de deugd van de vrouw werd zij tot het heil teruggebracht.
De bewonderenswaardige Moeder Maria bracht ter wereld haar eigen Vader
door Wie heel de wereld gelooft, die op ongekende wijze
gewassen werddoor het water.
Zij ontving de Parel, en dit zijn geen ijle dromen,
de Parel waarvoor gezonde christenen al het hunnen verkopen.
De Moeder weefde voor Christus een naadloos gewaad,
dat niet gescheurd werd toen Christus stierf.
Trekken wij de wapenrusting aan van het licht als schild en als helm,
opdat wij door God aan vaard worden omwille van Maria.
Amen, amen, bezweren wij de verdiensten van de maagd
opdat de vlam van de zorgeloosheid ons niet zou bedriegen.
Laat ons de naam van Christus aanroepen met als getuige de engelen,
opdat wij het genot mogen smaken te zijn ingeschreven
in het boek der hemelen.
Hymne van Hilarios van Poitiers
Tot lof van Christus
De vergadering der broeders zingt de hymne,
Welluidend zingen zij de muziek van de hymne.
Laten wij aan Christus, de Koning, harmonieus
De verplichte lofzang schenken.
Gij, Woord, uit het hart van God,
Gij, Weg, Gij, Waarheid,
Gij Jesse's stam,
U noemen wij de Leeuw.
Gezeten aan de rechterhand des Vaders, Gij Berg en Lam
Gij zijt de Hoeksteen,
De Bruidegom of de duif,
De vlam, de herder, de deur.
Gij werd verkondigd door de profeten:
Gij werd geboren in onze wereld
Gij die voor alle eeuwen bestond:
Gij de Maker van de eerste eeuw.
Maker van de hemel, Maker van de aarde:
Gij verzamelt de zeeën,
Gij zijt de Maker van alle dingen
Die de Vader beval dat zij geboren zouden worden.
Gij werd ontvangen in de schoot van de maagd,
Gij die aangekondigd werd door Gabriël;
Haar schoot ging zwaar van het heilig Kind,
Laten wij ons aansporen om te geloven.
Een nieuw gebeuren, nog nooit aanschouwd:
Een maagd baart een zoon.
De wijzen volgden de ster
En aanbaden als eersten de nieuwgeborene.
Zij offerden wierook en goud:
Offers een koning waardig.
Weldra wordt dit Herodes overgebriefd
En het valt zijn machtshonger niet in de smaak.
Hij beval dan de kinderen te vermoorden:
Hij maakte hen allen tot martelaar.
Het Kind echter werd weggebracht en verborgen
Daar waar de Nijlrivier stroomt.
Na Herodes' dood wordt Hij teruggebracht:
De Hemeling groeide op in Nazaret
Als kind en als volwassene
Werkte Hij vele blijvende tekenen
Die bevestigd worden
Door een koor van vele getuigen:
Hij verkondigt het hemels Koninkrijk,
En Hij bevestigd zijn woorden door tekenen:
De zwakken maakt Hij sterk.
Hij verlicht de blinden.
Door een woord reinigt Hij de besmetting der melaatsen.
Hij wekt de doden op.
Hij beval het water in de kruiken
Te veranderen in wijn, omdat er tekort was,
En de bruiloftsgasten schatten die wijn zo hoog
Dat zij hem onversneden dronken.
Met vijf broden en twee vissen
Voedde Hij de vijfduizend.
De resten van het maal
Vulden twaalf korven.
De bijeenkomst van allen die aten
Prijst Hem voor eeuwig.
Hij nam twaalf man tot zich
Door Wie het leven wordt geleerd.
Een van hen, Judas,
Werd Christus' verrader bevonden.
Zij die door Annas werden gezonden
Worden geleid door de verraderskus.
Hij, de Onschuldige, wordt gevangen genomen
En Hij, die geen weerstand bood, wordt weggevoerd.
Op valse manier wordt Hij gearresteerd
En wie Hem aan Pilatus overleveren, hekelen Hem.
De landvoogd verwerpt de beschuldigingen,
Want hij vindt geen schuld in Hem.
Maar met de vergadering van de Joden,
Uit opzicht voor de keizer,
Wordt Christus als opstandeling veroordeeld.
De Heilige wordt overgeleverd aan de menigte
Die met goddeloze woorden tegen Hem razen.
Hij verdraagt de bespuwing en de geselslagen.
Hem wordt bevolen het Kruis te bestijgen,
De Onschuldige voor de zieken.
Door de dood van het vlees dat Hij droeg
Overwint Hij de dood van allen.
Dan, hangend, roept Hij tot God de Vader
Met een luide kreet.
De dood greep Christus' kleed
Maar Christus maakte de nauwe ketenen los.
De voorhang van de tempel hangt gescheurd,
Nacht verduistert de wereld.
Eenmaal opgesloten lichamen
Rijzen uit de graven op.
De gezegende Jozef komt:
Het lichaam wordt bedekt met myron
En, gewikkeld in een ruw lijnwaad
Begraaft hij het in droefheid.
Annas, de leider, beveelt
Soldaten het Lichaam te bewaken:
Opdat hij zou zien dat Christus waar maakt
Wat Hij zo openlijk verklaard had.
Zij beven voor de engel van God
In een witte mantel gekleed.
Zijn kleed overtreft
Alle zijde in glans.
Hij wentelt de steen weg van het graf:
Christus verrijst onoverwonnen.
Het leugenachtige Juda ziet het
Maar ontkent wat het heeft gezien.
De vrouwen vernamen als eersten
Dat de Verlosser leeft;
Haar die Hij in droefheid begroette
Vervult Hij met blijde vreugde.
Daarna verkondigen zij aan de apostelen
Dat Hij, opgestaan uit de doden
Door Gods rechterhand,
Teruggekeerd was op de derde dag.
Weldra wordt Hij gezien
Door de gezegende broeders, die Hij had beproefd.
Hij antwoordt hun die twijfelden
Door binnen te treden bij vergrendelde deuren.
Hij onderwijst de voorschriften der Wet
En schonk de Goddelijke Geest:
De volmaakte Geest van God:
De keten van de Drieëenheid.
Hij beval dat over heel de wereld
De gelovigen zouden worden gedoopt:
Aanroepend de naam van de Vader:
En in vertrouwen genomen door de Zoon.
Door de Heilige Geest openbaart Hij
Het mystieke geloof aan de gedoopten:
Zij die ondergedompeld werden in de Doopvont
Worden herschapen: zonen van God gemaakt.
Laat nu, voor de dageraad, de vergadering
Der broeders eensgezind de Heerlijkheid bezingen,
Door Wie ons geleerd werd dat wij zullen zijn
In het eeuwig tijdperk.
Het kraaien van de haan, het fladderen van de haan
Vertelt ons dat de dag naakt:
Wij zingen en bidden de litanie
Wat wij geloven zal geschieden.
Wij bezingen samen
De Oneindige Majesteit;
Voor het ochtendrood verkondigen wij
Christus de Koning door alle eeuwen.
Voor het ochtendrood verkondigen wij
Christus de Koning door alle eeuwen.
Wij die Hem rechtgelovige aanhangen
Zullen met Hem heersen.
Eer aan de ongeboren Vader,
Eer aan de eniggeboren Zoon
Evenals aan de Heilige Geest
Tot in der eeuwen eeuwigheid.
Hymne van de Heilige Colman
tot de Heilige aartsengel Michaël
Mijn hoop is in de Drieëenheid en niet in voortekens,
En ik roep de Aartsengel Michaël bij zijn naam.
Opdat hij klaar moge staan en door God, de Geneesheer, tot mij gezonden worde,
In het uur dat ik dit leven en dit lichaam moet verlaten.
Moge de hulp van de aartsengel Michaël voor mij zorgen
In het uur waarop de engelen en gerechten zich verheugen.
Ik vraag dat hij mij niet overlevere aan de woeste bende van de vijand
Maar dat hij mij brenge naar de rust in het koninkrijk.
Moge de heilige Michaël mij helpen bij dag en bij nacht
En moge hij mij plaatsen in het gezelschap der goede heiligen.
Moge de heilige Michaël, de achtenswaardige helper, voor mij ten beste spreken,
Want ik ben een zondaar in mijn daden en ik ben zwak.
Moge de heilige Michaël mij verdedigen met zijn kracht
Wanneer de ziel heengaat met de legerscharen der heiligen.
Mogen de heilige Gabriël, de heilige Rafaël, al de engelen,
En de aartsengelen voor mij immer ten beste spreken.
Mogen zij in staat zijn om voor mij te antwoorden
In het eeuwig gerecht van het rijk van de Koning,
Opdat ik mag grijpen de vreugden met Christus in het Paradijs.
Eer aan de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest
Tezamen.
Help ons, heilige en alwaardige aartsengel Michaël
Die de allerhoogste God zendt om onze zielen te redden.
Hymne van de Heilige Oengus
voor de Heilige Martinus
Martinus, ik smeek u voor mij te bidden tot de Vader,
en tot Christus, die Maria tot moeder heeft, en tot de
Heilige Geest.
De wonderbare Martinus loofde God onverpoosd met zijn mond,
met een rein hart zong hij en had hij Hem lief.
Hij was de uitverkorene van de levende God, en God schonk Hem
de tekenen van zijn verlossing, van de grote vrede en
van kracht.
Hij verkondigde Gods Woord, dat vergezeld ging van machtige tekenen,
want doden deed hij opstaan op zijn bevel.
Hij genas mensen door een wonderbare genezing van tweevoudige melaatsheid
door zijn grootheid verjoeg hij de boosaardige tovenarij.
Wil nu, wonderbare Martinus, bidden voor ons, tot God,
onze Heer, die vrijwillig voor ons heeft geleden.
De heilige Martinus, hoewel nog catechumeen, heeft Mij
met dit kleed bedekt, zegt God de Almachtige.
Hymne Altus Prosator van de Heilige Columba van Iona.
A
De verheven Schepper, de Oude van dagen en de Ongeborene,
Die was zonder aanvang of begin en zonder einde,
Hij is en zal zijn in de oneindige eeuwen der eeuwen,
Met Hem is de Eniggeboren Christus en de Heilige Geest,
Mede-eeuwig in de altijddurende heerlijkheid der Godheid.
Wij beweren niet dat er drie goden zijn, maar zeggen dat er maar één God is,
Ons geloof bewarend in de drie alheerlijke Personen.
B
Hij schiep de goede rangorden van de engelen en aartsengelen,
Van de heerschappijen en de tronen, de machten en krachten,
Opdat de goedheid en majesteit van de Drieëenheid
niet werkeloos zou zijn in alle werken van zijn mildheid,
maar om iemand te hebben in wie de hemelse voorrechten
rijkelijk worden ontplooid door een woord van zijn macht.
C
Van de top van het hemels rijk, van het licht der engelenstaat,
Van de schoonheid en luister van zijn gedaante
Is de trotse Lucifer, die God had gemaakt, gevallen;
En tevens de afvallige engelen door dezelfde lugubere val
Van de ontwerper van de trots, de koppigheid en de naijver;
Maar de overigen bleven bevestigd in hun heerschappij.
D
De grote, verleidende, vreselijke en oude draak,
Die was de glijdende slang, sluwer dan alle andere
Beesten en wilde dieren der aarde,
Trok met zich mee het derde deel van de sterren
Naar de afgrond en de verscheidene kerkers van de hel,
Vluchtend voor het ware Licht, halsoverkop neergeworpen
door de uitvreter.
E
De Uitnemende voorzag het bouwwerk en de harmonie van de wereld,
Hij maakte de hemel en de aarde, Hij vestigde de zee en de wateren,
En tevens de zaden der kruiden, de bomen en het struikgewas,
De zon, de maan en de sterren, het vuur en al wat nodig is,
De vogels, de vissen en het vee, de wilde dieren en de insecten
En uiteindelijk de mens, de eerstgeschapene, om te regeren
voorzienigheid.
F
Van zodra de sterren, de lichten van de hemelkoepel, waren gemaakt,
Prezen de engelen, omwille van zijn wonderbaar werk,
De Heer van de eindeloze grootheid, de Maker van de hemelen.
Zij zongen onophoudelijk de Hem toekomende lofzang
En dankten in nobele eensgezindheid de Heer,
Niet daartoe gedwongen door hun natuur, maar uit vrije
wil en uit liefde.
G
Onze beide eerste vaders werden aangevallen en verleid,
De duivel met zijn trawanten valt voor de tweede keer.
Het afgrijzen voor hun gezichten en het gedruis van hun vlucht
Jaagt de zwakke mensen een vreselijke angst aan,
Want hun vleselijke ogen kunnen niet verdragen hen te zien,
Die nu gebonden liggen in de boeien van hun kerkers.
H
Hij werd weggerukt uit het middelpunt en neergeworpen door de Heer
En de ruimten van de lucht zijn vervuld door zijn aanhang,
Een opstandige bende van onzichtbare vijanden,
Opdat de mensen niet bevuild zouden worden door hun slecht voorbeeld en hun misdaden,
Want zij worden niet tegengehouden door muren of wanden,
En de mensen hen niet overspelig zouden nalopen voor het
oog van allen.
I
De wolken vervoeren de winterse buien uit de bronnen
Uit de diepste afgronden van de oceaan,
Vanuit de zee naar de hemelse gewesten door azuren wervelwinden.
Om te doen groeien de tuinen, de wijngaarden en de boomgaarden,
Worden ze door de winden gehaald vanuit hun schatkamers,
Ledigend de door ebbe en vloed veranderlijke wadden der
zee.
K
De broze en tirannieke en vergankelijke glorie van de koningen
Van de huidige wereld wordt neergehaald op een teken van de Heer;
Zie, er werd vastgelegd dat de reuzen zouden zuchten onder de wateren,
En gefolterd door grote kwelling, met vuur en strafgericht,
Verstikt door de aanzwellende wervelstormen van de onderwereld,
Overweldigd door het zeemonster, aan stukken geslagen
door de golven en de rotsen.
L
De Heer laat regelmatig uitvallen de wateren, gebonden in de wolken,
Opdat zij niet plotseling en tegelijk zouden uiteenbarsten door het breken van hun sluitbomen.
Hun vruchtbaar makende stromen vloeien als uit moederborsten
Geleidelijk over de streken van deze aarde.
En zowel in de zomer als in de tijden van de winter
Vloeien immer de nooit falende stromen.
M
Door de goddelijke macht van de grote God hangt
De bol van de aarde, omringd door de cirkel van de grote afgrond,
Gedragen door de sterke hand van God, de Almachtige.
Ondersteund door zuilen als met hefbomen,
Met als fundament de voorgebergten en de rotsen,
Onbeweeglijk als even zoveel versterkte grondvesten.
N
Voor niemand schijnt het twijfelachtig dat de hel zich bevindt in de laagste gewesten,
Waar duisternis is, en wormen en dreigende beesten,
Waar vuur is van zwavel, brandend met verterende vlammen,
Waar geschreeuw is van mensen, wenen en tandengeknars,
Waar het zuchten is van de onderwereld, vreselijk en van ouds,
Waar het vlammende en bittere branden is van honger en
dorst.
O
Wij weten dat er onder de aarde eilandbewoners zijn, zoals wij hebben gelezen,
Die regelmatig de knieën buigen om te bidden tot de Heer,
Hun is het niet mogelijk de geschreven boekrol open te rollen,
Die, naar de waarschuwing van Christus, met zeven zegels beveiligd is.
Hijzelf heeft die geopend toen Hij als overwinnaar opstond,
Vervullend de profetische voorspellingen van zijn komst.
P
Het Paradijs werd bij de aanvang door God geplant,
Zo lezen wij in de edele aanhef van Genesis;
Uit de bron van de tuin vloeien vier rivieren
En in zijn midden bloeit de Boom van het leven,
Wier bladeren niet afvallen tot genezing der volkeren,
Wier geneugten onzegbaar zijn en zeer overvloedig.
Q
Wie heeft bestegen de Sinaï, de berg door God aangewezen?
Wie hoorde donderslagen weerklinken boven mate hard?
Wie vernam de klank van de enorme bazuin?
Wie zich tevens de bliksems rondom flitsen?
Wie zag de bliksem inslaan en de rotsen verbrijzelen?
Tenzij Mozes, de rechter van het volk Israël?
R
Nabij is de dag van de allerrechtvaardigste Koning der koningen,
Een dag van toorn en van wraak, van wolken en nevels,
Een dag van wonderbare en geweldige donderslagen,
Tevens een dag van moeite, van verdriet en droefheid,
Een dag waarin ophoudt de liefde en begeerte van vrouwen
En het streven der mannen en de lusten van deze wereld.
S
Bevend zullen we staan voor de rechterstoel des Heren,
Om rekenschap af te leggen van al onze handelingen.
We zullen al onze misdaden voor onze ogen zien geplaatst,
En de boeken van het geweten opengeslagen voor ons aanschijn.
We zullen in bittere tranen uitbarsten en klagend zuchten,
Want we hebben niet langer de gelegenheid om goed te doen.
T
Bij het weergalmen van de bazuin van de wonderbare aanvoerder der engelen,
Breken de versterkte gevangenissen en graven open
En ontdooit de kilte van de mensen van de huidige wereld,
De beenderen komen terug samen, elk in zijn gewricht,
De zielen uit de lucht gaan erheen
En keren terug naar hun vroegere woning.
U
Orion dwaalt weg van het middelpunt der hemelen
En laat achter zich de plejaden de meest schitterende van de sterrenstelsels
Doorheen de grenzen van de Oceaan, langs zijn onbekende reis in het Oosten.
De avondster draait in haar baan om langs haar oude wegen terugkeren
En rijst op na twee jaar in de avondschemering,
En dit wordt, door zijn atmosferische veranderingen, als
voorafbeeldingen begrepen.
X
Wanneer Christus, de hoogst verheven Heer, uit de hemel wederkeert,
Straalt voor Hem uit het schitterend teken, de standaard van het Kruis,
De twee voornaamste hemellichten worden verduisterd,
De sterren vallen op de aarde als de vruchten van de vijgenboom
En de oppervlakte van de aarde zal branden als een oven
En dan zal het leger van de vijand zich verbergen in de holen der bergen.
Y
De Drieëenheid wordt eeuwig geprezen door het driemaal Heilig,
Door de luid klinkende hymnen die zonder ophouden worden gezongen,
Door de heilige liederen van duizenden engelen die zich verheugen,
En door de vier dieren vol ogen,
Samen met de vierentwintig gelukkige oudsten,
Die hun kronen neerleggen aan de voeten van het Lam Gods.
Z
De ziedende ijver van het vuur zal de vijanden verteren
Die niet willen geloven dat Christus van God de Vader kwam,
Wij echter zullen snel opwieken, Hem tegemoet
En zo zullen wij bij Hem zijn, in verschillende rangorden van waardigheid,
In overeenstemming met de eeuwige verdiensten van onze beloningen,
Om er voor eeuwig in heerlijkheid te blijven, in de heerlijkheid
van de eeuwigheid.
Wie kan God behagen in deze laatste tijden,
Nu de luisterrijke voorschriften van de waarheid worden aangetast?
Tenzij de man die de huidige wereld veracht!
Ik aanroep tot mijn allersterkste hulp
God, de ongeboren Vader, de Heer van hemel en aarde,
En zijn Zoon, zijn Eerstgeborene voor alle eeuwen,
En de Heilige Geest, waarlijk de ene allerhoogste God.
De Heer verlene aan al zijn getrouwe dienaren
Om metgezel te zijn van de duizenden der engelen.
Hymne van de Heilige Columba
In U, Christus, zoeken alle gelovigen, vertroosting,
want Gij zijt in heerlijkheid God in de eeuwen der eeuwen.
God, kom de zwoegenden te hulp,
haast U hen te hulp te komen en heel hun smart.
God, Vader der gelovigen, God, Leven der levenden,
God boven alle goden, God, Kracht der krachen.
God, Maker van allen, God en Rechter der rechters,
God, en Aanvoerder van de aanvoerders der heirscharen.
God, Bouwheer van het heerlijke en hemelse Jeruzalem,
God, in heerlijkheid heersende Koning en God der levenden.
God van het eeuwige licht, onzegbare God,
hoogst beminnenswaardige God, onschatbare God.
Meest lankmoedige God, God, Leraar der zachtmoedigen,
God, die zowel al het nieuwe als al het oude gemaakt hebt.
Moge er in de naam van God de Vader en van Zijn Zoon
en van de Heilige Geest voorspoed heersen en alles de
rechte wag volgen.
Christus, Verlosser der volkeren, Christus Minnaar der maagden,
Christus Bron van alle wijsheid, Christus Trouw der gelovigen.
Christus Schild der strijdenden, Christus, Schepper van
allen.
Christus heil van de levenden en Leven der stervenden,
Hij kroont onze rangen met de menigte der martelaren.
Christus heeft het Kruis bestegen, Christus heeft de wereld gered,
en Christus heeft ons gered, Christus heeft voor ons geleden.
Christus is doorgedrongen in de hel, Christus is ten hemel gestegen,
Christus zetelt met God, vanwaar Hij nooit gescheiden
was.
Ere zij de allerhoogste God, de ongeboren Vader,
en ere zij de hoogste Zoon, de Enige en Eniggeborene,
en aan de Heilige Geest, in volledige oprechtheid,
Amen, moge het zo zijn in de eeuwigheden der eeuwigheid.
Hymne van de Heilige Columba: Noli Pater
Vader, wil niet loslaten het donder- en bliksemgeweld,
Opdat wij niet breken onder de angst voor rampen of andere
plagen.
Wij vrezen U en wij geloven dat er geen ander zo vreeswekkend is dan Gij,
U bezingen alle liederen van de legerscharen der engelen.
U bejubelen de toppen der hemelen door snelle bliksemschichten,
O meest Beminnenswaardige Jezus, o meest rechtvaardige
Koning der koningen.
Gezegend Hij die in de eeuwen regeert door gerechte raadsbesluiten,
Zo begroette Joannes de Heer, die nog verborgen was in
de moederschoot.
Hij was vervuld van Gods genade, en niet van wijn of sterke
drank.
Elizabet en Zacharias brachten voort een grote man,
Joannes de Doper, de Voorloper van de Heer.
Moge in mijn hart blijven branden de vlam van liefde tot God,
Opdat in dit aarden vat omvat worden de gouden Parel.
Hymne van de Heilige Sanctan
Ik bid de wonderbare Koning der engelen,
Want zijn naam is de machtigste:
Moge God achter mij staan, God aan mijn linkerzijde,
God voor mij, God aan mijn rechterzijde.
God, kom mij te hulp -een heilige roep -
Ik roep Hem aan tegen elk gevaar!
Er zij een brug van leven onder mij,
De zegen van God de Vader boven mij.
Moge de verheven Drieëenheid ons opwekken,
Elkeen van wie een goede dood niet vaststaat,
De edele Heilige Geest, de kracht des hemels,
God de Vader en Maria's machtige Zoon.
Grote Koning die onze schulden kent,
Zondeloze Heer over de aarde,
Sta niet toe dat de goddeloosheid der demonen
Mijn ziel bezoekt omwille van elke zwarte zonde.
God met mij, Hij neme weg elke slavernij!
Moge Christus mijn pleidooi aanvaarden,
Mogen de apostelen zich rond mij scharen,
Moge de Drieëenheid als getuige tot mij komen!
Moge barmhartigheid tot mij komen op aarde,
Mogen mijn gezangen voor Christus niet verborgen blijven!
Moge de dood in zijn klacht mij niet halen,
Noch een plotselinge dood door ziekte mij overvallen!
Moge geen boosaardige messteek, die versteld en verward doet staan
Mij treffen zonder de toelating van Gods Zoon!
Moge Christus ons redden van elke bloedige dood,
Van het vuur en de razende zee!
Van elke dodelijke drank, die gevaarlijk is
En met vele verschrikkingen voor mijn lichaam,!
Moge de Heer elk uur tot mij komen
Tegen wind, tegen snelle wateren!
Ik zal Maria's Zoon met lofzangen prijzen,
Die vecht voor goede daden,
En de God der elementen zal antwoorden
Want mijn tong is een schild in de strijd!
Smekend tot de God der hemelen,
Moge mijn lichaam zonder ophouden zwoegen
Om niet in de vreeswekkende hel te komen.
Ik bid de Koning tot Wie ik steeds heb gebeden.
Moge bisschop Sanctan, de wijze,
De strijder, de roemrijke en zuiver witte engel,
Mijn lichaam op aarde bevrijden,
En mijn ziel heilig maken, voor de hemel geschikt.
Moge er samen met u gebeden worden voor mij, Maria,
Moge de Koning des hemels zich over ons ontfermen
Tegen wonden, gevaar en onraad!
Christus, in uw bescherming vertrouwen wij!
Ik bid de vrije Koning, de onsterflijke
Enige Zoon van God, over ons te waken;
Moge Hij, Die als Kind geboren werd in Bethlehem
mij beschermen tegen scherpe gevaren.
Het borstpantser van de Heilige Patrick
Ik omgord mij vandaag
met een machtige kracht,
De aanroeping van de Drieëenheid,
Door het geloof in de Drieheid,
Door de belijdenis van de Eenheid van de Schepper van
het heelal.
Ik omgord mij vandaag
met de kracht van Christus' vleeswording en van zijn doop,
Met de kracht van zijn kruisiging en zijn begrafenis,
Met de kracht van zijn opstanding en zijn hemelvaart,
Met de kracht van zijn wederkomst voor het laatste oordeel.
Ik omgord mij vandaag met de kracht van de liefde der Cherubim
In de gehoorzaamheid der engelen, in het dienstwerk der aartsengelen,
In de hoop op de opstanding tot beloning,
In de gebeden der patriarchen,
In de voorzeggingen der profeten,
In de prediking der apostelen,
In het geloof van de belijders,
In de onschuld van de heilige maagden,
In de daden van rechtvaardige mensen.
Ik omgord mij vandaag
met de kracht van de hemel,
Het licht van de zon, de glans van de maan,
De gloed van het vuur, het lichten van de bliksem,
De snelheid van de wind, de diepte van de zee,
De bestendigheid van de aarde, de stevigheid van de rotsen.
Ik omgord mij vandaag
Met Gods kracht om mij te leiden,
Met Gods macht om mij te steunen,
Met Gods wijsheid om mij te onderrichten,
Met Gods oog om mij te behoeden,
Met Gods oor om mij te horen,
Met Gods woord om voor mij te spreken,
Met Gods hand om mij te bewaren,
Met Gods weg om die te bewandelen,
Met Gods schild om mij te beschermen,
Met Gods Geest om mij te beveiligen
Tegen de strikken van de demonen,
Tegen de verleidingen van de ondeugden,
Tegen de neigingen van de natuur,
Tegen elkeen die boosheid tegen mij beraamt,
Ver of dichtbij, alleen of met meerderen.
Ik roep vandaag al deze krachten op
Tegen elke wrede en genadeloze kracht
Die mijn lichaam of mijn ziel zouden bestrijden,
Tegen bezweringen van valse profeten,
Tegen de zwarte kunsten van de heidenen,
Tegen de valse wetten van de ketters,
Tegen het bedrog van de afgoderij,
Tegen betoveringen van vrouwen, en smeden en tovenaars,
Tegen elke kennis die het lichaam en de ziel van de mens
in gevaar brengen.
Christus, bescherm mij vandaag
Tegen vergif, tegen verbranding,
Tegen verdrinking, tegen verwonding,
Opdat ik verkrijge een overvloedige beloning.
Christus met mij, Christus voor mij,
Christus achter mij, Christus in mij,
Christus beneden mij, Christus boven mij,
Christus ter rechter- en Christus ter linkerzijde,
Christus in de breedte, Christus in de lengte, Christus in de hoogte,
Christus in het hart van ieder die aan mij denkt,
Christus in de mond van ieder die over mij spreekt,
Christus in elk oog dat mij ziet,
Christus in elk oor dat mij hoort.
Ik omgord mij vandaag
met een machtige kracht,
De aanroeping van de Drieëenheid,
Door het geloof in de Drieheid,
Door de belijdenis van de Eenheid van de Schepper van
het heelal.
De verlossing komt van de Heer.
De verlossing komt van de Heer.
De verlossing komt van Christus.
Moge uw verlossing, Heer, altijd met ons zijn.
Klacht van Ambrosius
Adonai, Heer Sabaoth, almachtige eeuwige God,
verheven Vader, geliefde Zoon en Heilige Geest,
voorheen noch nadien was er ooit een Vader zonder de Zoon
maar de Zoon is door de Vader en eveneens de Heilige Geest,
de Geest , de voor alle eeuwen samen bestaande Drieëenheid.
Zij blijven zonder begin, vroeger en nu en tot in de eeuwen.
Wee mij, wee mij, Heer, want ik hen kwaad gedaan voor uw aangezicht,
Heer, verwerp mij niet,
God, kom mij te hulp.
Lankmoedigste Heer, Minnaar der boete,
wees mij, zondaar, genadig,
Gij zijt goed, Heer, in uw goedheid onderwijs mij
uw goedheid, en leer mij kennen en onderscheiden.
Lever mijn ziel niet over aan de wilde dieren,
want ik belijd U, altijd Gelukzaligste, mijn misdaden.
Wee mij, wee mij, Heer, want ik heb kwaad gedaan voor uw aangezicht,
kastijd me niet in uw gramschap.
Mijn hart is begraven en lijdt onder het bederf,
mijn hart is een duistere kuil van slangen en vossen,
mijn hart is het ongelukkig huis van de oude draak,
mijn hart is hard en van steen, niet te verzachten,
schep in mij een zuiver hart, Heer,
wee mij, wee mij, Heer, want ik heb gezondigd voor uw
aangezicht
God, Gij kent mijn onverstand,
God, Gij kent mijn eindeloze ongerechtigheid,
mijn God, wis uit de misdaden van mijn jeugd en mijn onwetendheid,
God, werp uit de schrikwekkende draak uit mijn hart,
mijn God, doe van mij wegvluchten de listige vossen en de giftige slangen,
wee mij, ik heb gezondigd voor uw aangezicht.
Zie, nu ween ik voor het oog van uw majesteit,
zie, nu leg ik al mijn zonden voor U open,
zie, ik schaal mij niet om voor uw aangezicht, zachtmoedige God, alles te belijden
waarvoor ik mij niet schaamde ze voor uw ogen te bedrijven.
Ik word verteerd door alle grote ondeugden,
ik word verdrukt door heel de wil van mijn vlees,
wee mij, wee mij, Heer, ik heb gezondigd voor uw aangezicht.
Verjaag, Heer, van mij de ondeugden van lichaam en ziel,
verjaagd de hoogmoed en de jaloersheid van geest,
verjaagd de toorn, de lusteloosheid en de begeerte naar bezit,
verjaag de gulzigheid en de dodelijke wellust,
verjaagd het vals getuigenis, de godslastering en de leugen,
verjaag van mij de acht ondeugden met wortel en tak.
Wee mij, wee mij, Heer, ik heb gezondigd voor uw aangezicht.
Groot is het rotsblok die op mij drukt,
Goot is het juk van de slavernij en de onderwerping
Zwaar is de malende steen van de molen,
Zwaar zijn de ankers en ketens voor de matrozen en de schepen,
Zwaar ook om te dragen doorweekte aarde,
Maar veel zwaarder, geloof ik, is het gewicht van mijn
zonden.
Wee mij, Heer, want ik heb gezondigd.
Een ongelukkig mens ben ik en ontelbaar zijn mijn misdaden,
Een hard mens et droog, zoals land zonder water,
De minste van alle stervelingen,
Buitengewoon begerig naar de eer der mensen,
Doof de walmende vlaspit niet uit,
God, breek de riethalm niet, die door elke wind wordt bewogen,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer.
De steden Sodoma en Gomorra zijn boven mij rechtvaardig verklaard,
En terecht, want mijn ongerechtigheid overstijgt die van hen,
Onwaardig ben ik om uw heldere heilige troon met mijn ogen te schouwen,
Jezus ik waag het niet met mijn onreine lippen uw heilige Naam aan te roepen, want ik schaam mij,
Jezus van Nazaret, luister naar mijn stem, Zoon van David, ontferm U mijner,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer, want voor uw aanschijn
heb ik gezondigd.
De listige slang heeft mij bedrogen,
De liederen van de Sirenen hebben mij verleid,
Mijn misdaden verstikken mijn hoofd als een strop,
Ik word een bewoner van de kerker der onderwereld, tenzij Gij mij bevrijdt,
Heer, schenk aan mijn hoofd water om mij te wassen
En aan mijn ogen de bron der tranen, o meest geliefde God,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer, want ik heb gezondigd.
Rouwt met mij, alle schepsel van hemel en aarde,
Rouwt met mij, gij zon en maan en alle sterren,
Rouwt met mij, gij winden en gij bronnen van de wateren, zeeën en stromen,
Rouwt met mij, gij mensen, en vogels en alle viervoetige en kruipende dieren,
Rouwt met mij, gij alle kinderen en ouden, zuigelingen en alle jonge mensen der wereld,
Rouwt met mij, gij reine priesters,
Rouwt met mij, weduwen en maagden,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer
Hoe veel en talrijk is het zand van de zee,
Hoe talrijk tevens zijn de haren van mijn hoofd,
Talrijk zijn de druppels van de regens,
Talrijk en klein is het stof van de aarde,
Talrijk en veel zijn de sterren aan de hemel,
Ontferm U mijner, Heer, want talrijker dan dit alles zijn mijn zonden.
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer.
Tenzij Gij mij helpt, goede Heer,
Tenzij Gij voor mij tussenkomt, Heilige Geest,
Omdat Gij voor mij aan het Kruis werd gehangen, Christus,
Tenzij Gij mij spaart, niettegenstaande mijn zonden,
Tenzij Gij mijn misdaden uitwist,
Zal mijn ziel zeker wonen in de hel,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer.
O menigte van mijn ongerechtigheden,
O in waarheid onzegbare verzameling van misdaden,
Waarvoor de aarde mij levend moet opslokken
Zoals zij eertijds verzwolg Datan en Abiram met een hele menigte;
God, omwille van uw oneindige barmhartigheid, bevrijd mijn ziel van dit alles,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer, want ik heb gezondigd.
Ik smeek U, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God,
Door uw Eniggeboren Zoon, Jezus Christus, onze Heer,
Door de zevenvoudige genade van de Geest,
Door U, Ene en Drieëne God,
Door uw onzegbare, oneindige en grote barmhartigheid,
Wis mijn ongerechtigheid uit en scheld de door mij bedreven misdaden kwijt, Heer,
Wee mij, wee mij, wee mij.
Zoals Gij Mozes vergeven hebt dat hij de tafels der Wet had gebroken,
Zoals Gij Aaron niet beroofd hebt van het priesterschap niettegenstaande zijn afgoderij,
Zoals Gij David en de Rover vergeven hebt omwille van het ene woord van hun belijdenis,
Zoals Gij de Ninivieten vergeven hebt omwille van hun driedaagse boete,
Zoals Gij Petros zijn drievoudige verloochening vergeven hebt omwille van zijn bittere tranen,
Zoals Gij Maria Magdalena hebt vergeven,
Vergeef ook mij, o God,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer, want ik heb gezondigd.
Ik ben de eeuwige dood schuldig voor uw aangezicht,
De oude vijand duwt verblijd mijn ziel achterwaarts
Eeuwige Koning, mijn barmhartige God,
Gedenk dat wij stof en vlees zijn,
Gedenk uw barmhartigheden, Heer,
Koning der koningen en Heer der heren,
Gedoog niet dat iemand de dood der zonden onderga,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer.
Stort over mij, Heer, uw Geest met zijn zeven gaven,
De Geest van wijsheid en van verstand,
De Geest van raad en van sterkte,
De Geest van kennis en van vroomheid,
Sterk mij met uw besturende Geest,
Schenk aan mijn hart de geest van vreze voor U,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer, want voor uw aanschijn
heb ik gezondigd.
U, Heer, is de grote en onzegbare barmhartigheid,
U de oneindige en vanzelfsprekende rechtvaardigheid,
U de kracht en de eeuwige vrede,
U de vreugde zonder einde,
U de eer en de heerlijkheid,
U de eindeloze heerschappij,
U het nieuw gezang dat de engelen U onophoudelijk toezingen,
Terwijl in mij alleen maar schaamte is,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer, want ik heb gezondigd.
Hoelang nog, Heer, zult Gij mij tot het einde vergeten?
Hoelang nog zult Gij uw heilschenkend gelaat voor mij verbergen?
Hoelang nog zult Gij, Heer mijn God, mijn ongerechtigheden gedenken?
Hoelang nog zal mijn vijand zich over mij verheffen?
Hoelang nog zal Uw toorn over mij branden als vuur?
Hoelang zal uw lankmoedig geduld mij blijven verwachten?
Wee mij, wee mij, wee mij.
Christus Verlosser, toon mij uw aangezicht,
Christus, laat de verontwaardiging van uw toorn aan mij voorbijgaan,
Christus, ik smeek u: klaag mij niet aan in uw toorn, zo smeek ik,
Christus, oordeel mij niet naar mijn daden,
Christus Jezus, red de zoon van uw dienstmaagd,
Christus, red uw dienaar die op U hoopt,
Wee mij, wee mij, wee mij.
In hymnen verheffen U eenparig, Heer, de engelen en de aartsengelen,
In hymnen vieren U de krachten en machten der hemelen,
In hymnen verheerlijken U de vorstendommen en de heerschappijen,
In hymnen zegenen U zonder ophouden de tronen der Cherubim en Serafim,
In hymnen aanbidt U de menigte der hemelingen, samen met de aardbewoners,
In hymnen bejubelt u de universele Kerk met onvermoeibare lofzangen,
Wee mij, wee mij, wee mij, Heer.
Deze nacht, Heer, heeft de vijand onkruid op mijn akker gezaaid,
De aarde van mijn hart heeft het slechtste onkruid voortgebracht,
Sta niet toe dat het onkruid tussen mijn tarwe groeit,
Ruk uit de planten van de duivel uit mijn veld,
Beijver U, Heer, en sta niet toe dat uw knecht tot het einde verloren gaat,
Naijverige en barmhartige God, onferm U mijner in de eeuwen
der eeuwen. Amen.
De Hymne van Mael-Isu
De Heilige Geest zij rondom ons,
In ons en met ons,
Moge de Heilige Geest plotseling
Bij ons komen, o Christus!
De Heilige Geest om te wonen
In ons lichaam en in onze ziel,
Om ons haastig te beschermen
Tegen gevaar, tegen ziekten.
Tegen de demonen, tegen zonden,
Tegen de hel met zijn vele kwalen,
O Jesus, moge Hij ons heiligen,
Moge Uw, Geest ons vrij maken!
De Drie Koningen
Drie Koningen kwamen naar het huis van God,
Hun gelaat stralend als de maan,
Vanuit het Oosten, de wereld der kennis,
Doorheen de zware vlakten, met zijn trage stromen.
Drie kwamen er naar het lieflijke Kind
Naar het wit bloesemende Bethlehem,
Drie, aan wie de kennis verleend was,
Drie profeten van het visioen.
Het oordeel van de grote en glansrijke Heer
Werd aan deze Drie geopenbaard;
In het gezicht, overal getoond
Verscheen de vorm van de Koning in de ster.
Een verheven ster, een prachtige ster
Die neerkeek op de rijke wereld,
Zij was een duidelijke hulp
Tijdens de nacht van het firmament.
De drie gelukkige Koningen
Konden haar gemakkelijk volgen,
De ster ging voor hen uit
Als een boog van zegen en macht.
Zij stond niet stil tot zij kwam aan het huis
Met de drie die waarlijk verlangden,
De stralende, ronde, vriendelijke ster
Die gezwind wandelde boven de andere sterren.
Daar vonden ze neergelegd,
Op een rotsige bodem
In een houten kribbe als een galg
De Koning van de viervoudige wereld.
Zij bogen hun witte knieën,
Zij offerden hun Drie gaven
Aan Hem in Wie alle kennis blijft
En die één is uit de ene Drieëenheid.
Zij herkenden zijn dierbaar gelaat;
Maria, de Moeder van de Schepper,
De heilige Maagd, zij is onze zuster,
En zij is verwant met één uit de Drieheid.
Door de rustige leiding van de ster
Bereikten de drie de Koning der wereld
En zij vonden de zoetklinkende, lieflijke
En wonderbare kennis van de Maker van het heelal.
Hymne van lof ter ere van Petrus en Paulus
Christus, boven de hemelen gezeten
Aan de rechterhand van de Vader,
Na zijn geseling door de Joden
En na zijn uittocht uit de hel,
Vervulde hen heel plotseling
Met de genade van de Heilige Geest.
Zij ontvingen heel de kennis
Van alle talen uit alle plaatsen,
En zij openbaarden aan de wereld
De mysteriën, die verborgen waren.
Zij offerden hymnen, psalmen en liederen
Alsook de gewijde offeranden,
Met groot geduld
En in broederlijke liefde.
Zij offerden aan God
Door een onverdroten ijver
Hun eigen aardse leven
Dat gelukzalig en voorspoedig was.
De talenten van het heilig Evangelie
Bleven bij hen niet zonder rente,
Zij schonken die terug in het Rijk
Aan de tempelschat des Heren.
Hun wordt gelijke eer gebracht
Want door hun ijver waren zij elkaar gelijk.
Ook op dezelfde dag zijn zij opgegaan
Naar de allerhoogste Heer.
Na hun martelaarschap verwierven zij
De prijs van hun roeping
En het verblijf in de eeuwige tenten
Van de Heilige Drieëenheid,
Die geen begin heeft,
En evenmin een einde van dagen kent.
Hun eer in het Koninkrijk
Blijft in eeuwigheid.
De Heer riep hen tot de hemel
Waar zij wonen in heerlijkheid.
God, onze Vader, ontbind
Onze toch zo talrijke misdaden,
Omwille van uw grote zachtmoedigheid
En uw buitengewone ontferming,
Omwille van de machtige vrijmoedigheid
Van uw heilige apostelen,
Van Petrus, de sleuteldrager,
Aan wie de macht gegeven is,
En van Paulus, die gelijke eer geniet
In de goddelijke kennis,
En door Christus, die heerst
Doorheen de eindeloze eeuwigheid.
© 2000 Celtic Orthodox Christian Church