Het borstpantser van de Heilige Patrick
 

Ik omgord mij vandaag

met een machtige kracht,

De aanroeping van de Drieëenheid,

Door het geloof in de Drieheid,

Door de belijdenis van de Eenheid van de Schepper van het heelal.
 

Ik omgord mij vandaag

met de kracht van Christus' vleeswording en van zijn doop,

Met de kracht van zijn kruisiging en zijn begrafenis,

Met de kracht van zijn opstanding en zijn hemelvaart,

Met de kracht van zijn wederkomst voor het laatste oordeel.
 

Ik omgord mij vandaag met de kracht van de liefde der Cherubim

In de gehoorzaamheid der engelen, in het dienstwerk der aartsengelen,

In de hoop op de opstanding tot beloning,

In de gebeden der patriarchen,

In de voorzeggingen der profeten,

In de prediking der apostelen,

In het geloof van de belijders,

In de onschuld van de heilige maagden,

In de daden van rechtvaardige mensen.
 

Ik omgord mij vandaag

met de kracht van de hemel,

Het licht van de zon, de glans van de maan,

De gloed van het vuur, het lichten van de bliksem,

De snelheid van de wind, de diepte van de zee,

De bestendigheid van de aarde, de stevigheid van de rotsen.
 

Ik omgord mij vandaag

Met Gods kracht om mij te leiden,

Met Gods macht om mij te steunen,

Met Gods wijsheid om mij te onderrichten,

Met Gods oog om mij te behoeden,

Met Gods oor om mij te horen,

Met Gods woord om voor mij te spreken,

Met Gods hand om mij te bewaren,

Met Gods weg om die te bewandelen,

Met Gods schild om mij te beschermen,

Met Gods Geest om mij te beveiligen

Tegen de strikken van de demonen,

Tegen de verleidingen van de ondeugden,

Tegen de neigingen van de natuur,

Tegen elkeen die boosheid tegen mij beraamt,

Ver of dichtbij, alleen of met meerderen.
 

Ik roep vandaag al deze krachten op

Tegen elke wrede en genadeloze kracht

Die mijn lichaam of mijn ziel zouden bestrijden,

Tegen bezweringen van valse profeten,

Tegen de zwarte kunsten van de heidenen,

Tegen de valse wetten van de ketters,

Tegen het bedrog van de afgoderij,

Tegen betoveringen van vrouwen, en smeden en tovenaars,

Tegen elke kennis die het lichaam en de ziel van de mens in gevaar brengen.
 

Christus, bescherm mij vandaag

Tegen vergif, tegen verbranding,

Tegen verdrinking, tegen verwonding,

Opdat ik verkrijge een overvloedige beloning.
 

Christus met mij, Christus voor mij,

Christus achter mij, Christus in mij,

Christus beneden mij, Christus boven mij,

Christus ter rechter- en Christus ter linkerzijde,

Christus in de breedte, Christus in de lengte, Christus in de hoogte,

Christus in het hart van ieder die aan mij denkt,

Christus in de mond van ieder die over mij spreekt,

Christus in elk oog dat mij ziet,

Christus in elk oor dat mij hoort.
 

Ik omgord mij vandaag

met een machtige kracht,

De aanroeping van de Drieëenheid,

Door het geloof in de Drieheid,

Door de belijdenis van de Eenheid van de Schepper van het heelal.
 

De verlossing komt van de Heer.

De verlossing komt van de Heer.

De verlossing komt van Christus.

Moge uw verlossing, Heer, altijd met ons zijn.
 
 
 

Het tweede uur
 

P. God, kom mij te hulp.

K. Heer, haast U mij te helpen.

P. Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen.
 

Antifonen

De antifonen worden als een refrein door het Koor gezongen na elk vers van de psalm, de verzen van de psalm zingt de voorzanger.
 

Zaterdag:

Zie toch neer op uw dienaren, en op uw werk, o Heer. (Ps 89, 16)

Zondag:

Keer U om, Heer, hoe lang nog? Wees een trooster voor uw dienaren (Ps 89, 13)

Dagelijks:

Moge de luister van de Heer onze God over ons stralen. (Ps 89, 17)

Feestdagen:

Heer, vervul ons 's morgens met uw barmhartigheid. (Ps 89, 14)

Kerstmis:

Want heden verkort de nacht, de dagen worden verlengd, de schaduwen worden verjaagd, de verlichting neemt toe en de teloorgang van de nacht wordt omgezet in een weelde van Licht.
 

PSALM 50

Ontferm U mijner, o God, *

volgens Uw grote barmhartigheid.

En volgens de overvloed Uwer ontferming, *

delg mijn ongerechtigheid uit.

Was mij schoon van mijn onrecht; *

reinig mij van mijn zonde.

Want ik erken dat ik onrecht gedaan heb: *

mijn zonde is steeds voor mijn ogen.

Tegen U alleen heb ik gezondigd; *

ik heb kwaad gedaan voor Uw aanschijn.

Zodat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw uitspraak *

en zult winnen als men U oordeelt.

Want zie, in ongerechtigheid ben ik geboren; *

mijn moeder ontving mij in zonde.

Want zie, Gij bemint de waarheid; *

Uw onzichtbare en verborgen wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.

Besprenkel mij met hyssop, dan word ik rein; *

was mij, dan word ik witter dan sneeuw.

Doe mij vreugde en blijdschap horen, *

opdat mijn vernederd gebeente kan juichen.

Keer Uw aangezicht af van mijn zonden; *

delg al mijn ongerechtigheid uit.

God, schep in mij een zuiver hart; *

vernieuw in mijn binnenste de rechte geest.

Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht;

neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij de vreugde terug van Uw heil,*

sterk mij met Uw besturende Geest.

Dan zal ik den ongerechten Uw Wegen leren;*

de goddelozen zullen zich tot U bekeren·

God, bevrijd mij van bloedschuld: Gij zijt de God van mijn heil; *

mijn tong zal over Uw gerechtigheid juichen.

Heer, open mijn lippen,*

opdat mijn mond Uw lof verkondige.

Wilt Gij een offer, dan zou ik het brengen, *

maar in brandoffers schept Gij geen behagen.

Een offer voor God ia een berouwvolle geest *

God, Gij versmaadt geen vermorzeld en nederig hart .

Doe goed, Heer, in Uw welwillendheid aan Sion: *

laat de muren van Jeruzalem weer opgebouwd worden.

Dan hebt Gij behagen in offer van gerechtigheid, gaven en brandoffers,

Dan zal men kalveren op Uw altaar Zeggen.

Antifonen

Zaterdag:

Zie toch neer op uw dienaren, en op uw werk, o Heer. (Ps 89, 16)

Zondag:

Keer U om, Heer, hoe lang nog? Wees een trooster voor uw dienaren (Ps 89, 13)

Dagelijks:

Moge de luister van de Heer onze God over ons stralen. (Ps 89, 17)

Feestdagen:

Heer, vervul ons 's morgens met uw barmhartigheid. (Ps 89, 14)

Kerstmis:

Want heden verkort de nacht, de dagen worden verlengd, de schaduwen worden verjaagd, de verlichting neemt toe en de teloorgang van de nacht wordt omgezet in een weelde van Licht.
 

PSALM 62

God, mijn God *

voor U sta ik in het ochtendlicht.

Mijn ziel heeft dorst naar U, zoals ook vaak mijn vlees naar U smacht, *

in een verlaten, dor en waterloos land.

Daarom verscheen ik voor U in het Heiligdom, *

om Uw kracht en Uw heerlijkheid te aanschouwen.

Want Uw barmhartigheid is meer waard dan leven; *

mijn lippen zullen U loven.

Daarom wil ik U zegenen mijn leven lang; *

in Uw naam wil ik mijn handen opheffen.

Laat mijn ziel vervuld worden als met merg en vet; *

met juichende lippen zal mijn mond een lofzang zingen.

Zelfs op mijn bed zijn mijn gedachten bij U; *

in de ochtendwake zijn ze op U gevestigd.

Want Gij zijt mijn Helper; *

ik mag juichen onder de dekking van Uw vleugelen.

Mijn ziel is innig aan U gehecht; *

Uw rechterhand is mijn steun.

Zij echter die tevergeefs mijn ziel hebben belaagd, *

zullen ingaan in het diepste der aarde.

Zij worden overgeleverd aan het geweld van het zwaard *

En vallen ten prooi aan de vossen.

Maar de koning zal zich verheugen in God; ieder die bij Hem zweer zal juichen, *

Want de mond van wie onrecht spreken is gestopt.
 

Antifonen
 

Zaterdag:

Zie toch neer op uw dienaren, en op uw werk, o Heer. (Ps 89, 16)

Zondag:

Keer U om, Heer, hoe lang nog? Wees een trooster voor uw dienaren (Ps 89, 13)

Dagelijks:

Moge de luister van de Heer onze God over ons stralen. (Ps 89, 17)

Feestdagen:

Heer, vervul ons 's morgens met uw barmhartigheid. (Ps 89, 14)

Kerstmis:

Want heden verkort de nacht, de dagen worden verlengd, de schaduwen worden verjaagd, de verlichting neemt toe en de teloorgang van de nacht wordt omgezet in een weelde van Licht.
 

PSALM 89

Heer, Gij zijt onze toevlucht *

van geslacht tot geslacht.

Eer de bergen ontstonden, of aarde en wereld werden gevormd, *

bestaat Gij, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Keer de mens niet af in vernedering, *

Gij hebt immers gezegd: "Bekeer u, kinderen der mensen".

Want duizend jaar, Heer, zijn in Uw ogen *

gelijk aan de dag van gisteren, die voorbij is.

Als een nachtwake, *

zo gering worden die jaren geschat.

's Morgens verwelkt hij als gras, hij bloeit 's morgens en verwelkt; *

's avonds valt hij af, en verdort.

Want wij bezwijken onder Uw toorn, *

wij zijn geheel ontsteld door Uw gramschap.

Gij hebt U onze boosheid voor ogen gesteld; *

onze levenswijze staat in het licht van Uw aanschijn.

Daarom gaan al onze dagen te gronde; *

wij bezwijken onder Uw toorn.

Onze jaren zijn vluchtig als spinrag: *

de dagen van ons leven zijn zeventig jaren.

Bij de sterken duren zij tachtig jaar, *

maar het meeste ervan is moeite en leed.

Want dan komt zwakheid over ons; *

dan worden wij gekweld.

Wie kent de macht van Uw toorn *

Wie weet in vreze voor U, Uw gramschap te meten ?

Maak mij Uw rechterhand bekend; *

onderricht onze harten in wijsheid.

Keer U om, Heer. Hoe lang nog? *

Wees een Trooster voor Uw dienaren.

Heer, vervul ons 's morgens met Uw barmhartigheid; *

dan zullen wij juichen en ons verheugen.

Geef dat wij ons mogen verheugen *

over al onze dagen.

Ook over de dagen dat Gij ons vernederd hebt: *

over de jaren, waarin wij rampen zagen.

Zie toch neer op Uw dienaren, op Uw werk, *

en leid Uw kinderen.

Moge de luister van de Heer onze God over ons stralen. *

Maak voor ons recht het werk van onze handen; *

ja, maak, recht het werk van onze handen.

Collecte
 

Zondag

Wees vandaag onze beschermer, O Heer, Heilige Vader, Almachtige Eeuwige God, die ontferming voelt, de Gever van barmhartigheid onze Helper, Aanvoerder en de Verlichter van ons hart. Bewaar, Heer, onze gedachten, gesprekken en daden, opdat wij aangenaam bevonden worden in uw ogen, gehoorzaam aan uw wil en wandelen mogen op de rechte weg voor de rest van onze leven, Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen.

Amen.
 

Zondag

Wij bidden U, Allerhoogste, laat schijnen het licht van de Zon, Christus, die Oosten genoemd wordt. Wees met ons, o Heer, die heerst in de eeuwen der eeuwen.

Amen.
 

Vastendagen

Heer, luister naar uw smekelingen, die U hun dank terugschenken op het eerste uur van de dag. O Heer God, die ons verlost hebt door uw heilig Bloed, aanvaard onze gebeden en smekingen als de eerstelingen die U worden geofferd, Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen.

Amen.
 

Dagelijks

Heer, Heilige Vader, Almachtige Eeuwige God, wie door het licht de dag en de lichten verlicht, Heer, neem uw barmhartigheid niet van ons weg; herstel in ons de vreugde van uw verlossing, en bevestig ons door uw eigen Geest, zodat de drager van het Licht in onze harten worde geboren, door U, O Jezus Christus, die heerst in de eeuwen der eeuwen.

Amen.
 

Gebed voor de gemeenschap van de broeders.

Lange vorm
 

Antifoon: Denk niet meer aan onze zonden van vroeger; laat zonder uitstel uw barmhartigheden ons tegemoet snellen, want wij verkeren in diepe ellende. (Ps 78 ,8)

Gebed: Help ons God, onze Verlosser, om de heerlijkheid van uw naam.

Gebed: O Heer, bevrijd ons, en vergeef ons onze zonden omwille van uw naam.

Gebed: Lever de ziel, die op U vertrouwt, niet over aan de wilde dieren.

Gebed: Vergeet niet voor immer de zielen van uw armen.

Gebed: Wees trouw aan uw beloften, Heer, die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor onze zonden
 

Antifoon: God, kom mij te hulp, Heer haast U mij te helpen.

Gebed: Haast U, Heer, om ons van onze zonden te bevrijden, Gij die heerst in de eeuwen. Amen.
 

Voor de gedoopten
 

Antifoon: Red, Heer, uw volk en zegen uw erfdeel; wees hun herder en verhef hen tot in eeuwigheid.

Gebed: Ontferm U, Heer, over uw katholieke Kerk, die Gij hebt vrijgekocht door uw Heilig Bloed, Gij die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor de priesters
 

Antifoon: Sta op, Heer, en ga in tot uw rust, Gij en de Ark uwer heiliging.

Antifoon: Dat uw priesters gerechtigheid aandoen en dat uw heiligen jubelen.

Gebed: Mogen alle heiligen zich in U verheugen, Heer, zij die waarlijk op U hopen, Gij die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor de abt
 

Antifoon: De Heer zal hem behouden en doen leven, Hij zal hem zalig maken op aarde.

Antifoon: De Heer moge u behoeden tegen alle kwaad, de Heer moge uw ziel behoeden.

Antifoon: De Heer behoede uw komen en gaan, van nu af en tot in eeuwigheid.
 

Voor de broeders
 

Antifoon: Behoed ons als uw oogappel; bescherm ons onder de schaduw van uw vleugelen.

Gebed: Moge het U behagen hen allen te beschermen en te heiligen, Almachtige God, die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor de broederschap
 

Antifoon: Gij, O Heer, bewaar en behoed ons tegen dit geslacht tot in alle eeuwigheid.

Gebed: Hoor onze gebeden voor onze broeders; ontferm U over hen, O God, die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor vrede van de volkeren en de koninkrijken
 

Antifoon: De Heer schenkt zijn volk kracht, de Heer zegent zijn volk met vrede.

Gebed: Moge het U behagen vrede te schenken aan allen, almachtige God, die heerst in de eeuwen. Amen.
 

Voor de godslasteraars
 

Antifoon: Uw barmhartigheid duurt voor eeuwig, Heer; veracht niet het werk uwer handen.

Gebed: O Heer God der Krachten, laat hen niet in hun zonde blijven, Gij die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor de goddelozen
 

Antifoon: Oordeel hen, God, doe hen vallen in hun plannen. Verstoot hen om hun talrijke misdaden, want zij hebben U getergd, O Heer.

Gebed: Mogen zij, die op zichzelf vertrouwen, verward worden, o Heer, maar niet wij, die op U vertrouwen, Gij die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor de reizigers
 

Antifoon: Heer, red mij, geef toch uitkomst.

Gebed: Verleen een geslaagde reis aan uw dienaren, Gij die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Om genade voor de pelgrims
 

Antifoon: Mogen al uw werken U belijden, Heer; al uw gewijden U zegenen.

Gebed: Onze zielen danken U voor uw ontelbare goede daden, Heer, die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor de barmhartigen
 

Antifoon: Hij deelt uit en geeft aan de arme; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen. Zijn hoorn wordt verheven in eeuwigheid.

Gebed: Heer, vergeld in uw Koninkrijk allen die aalmoezen hebben gegeven in deze wereld, Gij, die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor de zieken
 

Antifoon: Zij riepen tot de Heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit hun nood.

Gebed: Verleen, Heer, aan uw dienaren gezondheid naar ziel en lichaam, Gij die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor de gevangenen
 

Antifoon: Sta op, Heer, help ons, en verlos ons omwille van uw naam.

Antifoon: Onze hulp is in de naam des Heren.

Gebed: Moge het U behagen ons te verlossen, want uw naam roepen wij aan, Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 

Voor de martelaren
 

Antifoon: Na het vuur en het zwaard, het kruis en de wilde dieren, worden de Heiligen in grote triomf binnen geleid in het Koninkrijk en de rust.

Antifoon: Dezen zijn het die komen uit de grote verdrukking en die hun klederen wit gewassen hebben in het Bloed van het Lam.

Gebed: God, die de kroon van het martelaarschap hebt geschonken aan uw heiligen en uitverkorenen, wij smeken U, Heer, dat wij, die dergelijke heerlijkheid niet hebben verworven, door hun heldendaden de vergiffenis mogen verwerven, Gij die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor wie in nood zijn
 

Antifoon: Tot U, Heer, wil ik roepen; mijn God blijf niet zwijgen tegen mij.

Antifoon: De Heer der Krachten is met ons, onze Beschermer is de God van Jacob.

Gebed: Onze Helper, God van Jacob, ontferm U over ons, Heer, die heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 

Voor de martelaren
 

Antifoon: Omwille van de gedachtenis van uw martelaren, Heer, hoor het gebed van uw dienaren, Christus.

Antifoon: Door de aanroeping van uw heilige martelaren, ontferm U, God, over uw smekelingen.

Gebed: Wij bidden de eeuwige naam van uw macht, Almachtige God: maak ons gelijk aan de martelaren en al uw heiligen: metgezellen van hun voorbeeld, krachtig in vroomheid, op hen gelijkend in het lijden, en vruchtbaar in de opstanding, Gij die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Voor de boetelingen
 

Antifoon: Ontferm U mijner, o God, volgens uw grote barmhartigheid.

Gebed: Heer, schenk vergiffenis volgens uw grote barmhartigheid aan hen die uit geloof boete doen voor U, God, die heerst tot in de eeuwen. Amen.
 

Credo
 

Ik geloof in God, de almachtige Vader, die onzichtbaar is, de Schepper van alle geschapen zichtbare en onzichtbare dingen.

Ik geloof in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer, de almachtige God, die ontvangen is door de Heilige Geest en geboren is uit de Maagd Maria. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd werd en begraven is. Die nedergedaald is ter helle; Die de derde dag verrezen is uit de doden. Die opgevaren ten hemel, en zetelt aan de rechterhand van God, de almachtige Vader. Vandaar zal Hij wederkomen om te oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest, de almachtige God.

Ik geloof dat de Heilige Kerk katholiek is; in de vergiffenis der zonden, de gemeenschap van de heiligen, de verrijzenis van het vlees.

Ik geloof in het leven na de dood, en in het eeuwige leven in Christus' heerlijkheid.

Ik geloof in dit alles in God. Amen.
 

Het Goddelijk Gebed
 

Onze Vader, die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Amen.
 

Hier eindigt het Uur. Men kan hier nog aan toevoegen:
 

De Zaligsprekingen
 

Zalig zijn de armen van geest,

Want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
 

Zalig zijn de treurenden,

Want zij zullen worden getroost.
 

Zalig zijn de zachtmoedigen,

Want zij zullen beërven de aarde.
 

Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,

Want zij zullen worden verzadigd.
 

Zalig zijn de barmhartigen,

Want hunner zal geschieden barmhartigheid
 

Zalig zijn de reinen van hart,

Want zij zullen God aanschouwen.
 

Zalig zijn de vreedzamen,

Want zij zullen genoemd worden kinderen Gods.
 

Zalig zijn die vervolgd worden om de gerechtigheid,

Want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
 

Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt om Mijnentwil,

Liegende en sprekende allerlei kwaad tegen u.
 

Verheugt en verblijdt u,

Want groot is uw loon in de hemelen.
 

Het Magnificat
 

Mijn ziel verheft den Heer, *

en gejuicht heeft mijn geest in God, mijn Redder.

Want Hij heeft neergezien op de geringheid Zijner dienstmaagd,

want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen, *

want de Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan,

en heilig is Zijn Naam.

En Zijn barmhartigheid gaat van geslacht tot geslacht

over hen die Hem vrezen; *

Hij heeft kracht gewrocht met Zijn arm,

verstrooid die trots waren in de waan huns harten.

Machtigen heeft Hij neergehaald van de troon,

en geringen heeft Hij verheven; *

hongerigen heeft Hij met goederen vervuld,

en rijken ledig heengezonden.

Hij heeft Israël Zijn dienaar, opgenomen

indachtig Zijner barmhartigheid, *

zoals Hij gesproken heeft tot onze Vaderen:

tot Abraham en zijn Zaad in eeuwigheid.
 

Het schrijn van vroomheid

Staande met het gezicht naar het Oosten, beide handen opgeheven naar de hemel, zegt men:
 

Onze Vader, die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Amen.
 

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.
 

Met de rechterhand zegent men het Oosten.

Wendt u om en doet dit in de drie andere windrichtingen.
 

Als men terug naar het Oosten gericht staat, buigt men diep naar de grond en herhaalt het voorafgaande eveneens viermaal. Men staat alleen recht om het kruisteken over de vier windrichtingen te maken. Dit wordt dus eveneens naar de vier windrichtingen gedaan.
 

Wanneer men terug naar het Oosten kijkt, herhaalt men opnieuw viermaal, opziend naar de hemel het voorafgaande. Men kijkt alleen naar de windrichting bij het geven van de zegen. Men doet dit eveneens vier maal.
 

Het derde Uur.
 

P. God, kom mij te hulp.

V. Heer, haast U mij te helpen.

P. Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

V. Amen.
 

Antifoon

Zingt een psalm voor onze God, zingt Hem; zingt voor onze Koning, zingt de psalm met verstand.
 

Psalm 46
 

Alle volkeren, klapt in de handen,

Juicht voor God met vreugdekreten.
 

Want de Heer is verheven, ontzagwekkend;

Hij is een koning, groot over heel de aarde.
 

Hij heeft volkeren aan ons onderworpen,

Heidenen onder onze voeten gebracht.
 

Hij heeft ons als zijn erfdeel gekozen,

De schoonheid van Jacob die Hij liefhad.
 

God is omhoog gestegen onder gejuicht,

De Heer onder bazuingeschal.
 

Zingt een psalm voor onze God, zingt Hem;

Zingt voor onze Koning, zingt een psalm.
 

Want de Koning over heel de aarde is God:

Zingt de psalm met verstand.
 

God heerst over de volkeren,

God zet zich neder op zijn heilige troon.
 

De vorsten der volkeren zijn vergaders

Voor de God van Abraham.
 

Want de sterken der aarde behoren aan God;

Zeer hoog zijn zij verheven.
 

Antifoon

Zingt een psalm voor onze God, zingt Hem; zingt voor onze Koning, zingt de psalm met verstand.
 

PSALM 53

God, in Uw naam verlos mij,

doe mij recht in Uw kracht.

God, verhoor mijn gebed,

luister naar de woorden van mijn mond.

Want vreemden staan tegen mij op, en sterken belagen mijn ziel;

zij hebben zich God niet voor ogen gesteld,

Zie toch, God is mijn Helper;

de Heer is de Beschermer van mijn ziel,

Hij keert het onheil af op mijn vijanden.

In Uw waarheid, vernietig hen.

Vrijwillig zal ik U een offer brengen,

Uw naam wil ik belijden, Heer, want dat is goed.

Want aan alle beproevingen hebt Gij mij ontrukt,

mijn oog heeft neergezien op mijn vijanden.
 

Antifoon

Zingt een psalm voor onze God, zingt Hem; zingt voor onze Koning, zingt de psalm met verstand.
 

PSALM 114

Ik heb Hem lief,

want de Heer verhoort de stem van mijn smeking .

Hij heeft Zijn oor naar mij geneigd:

in al mijn dagen wil ik Hem aanroepen.

Stervensweeën omringen mij, aan helse gevaren was ik ten prooi;

ik vond kwelling en smart.

Maar ik heb de naam des Heren aangeroepen:

o Heer, bevrijd mijn ziel.

Barmhartig en rechtvaardig is de Heer;

onze God is genadig.

De Heer behoedt wat zwak is;

ik was vernederd, maar Hij heeft mij gered.

Keer terug, mijn ziel, tot Uw rust,

want de Heer heeft u welgedaan.

Hij heeft mijn ziel ontrukt aan de dood;

mijn ogen van tranen, mijn voeten van struikelen.

Ik wil den Heer welgevallig zijn,

in het land der levenden.

Antifoon

Zingt een psalm voor onze God, zingt Hem; zingt voor onze Koning, zingt de psalm met verstand.

Collecte

Zondag: Door het derde uur laat ons Christus' barmhartigheid afsmeken, opdat Hij ons schenken moge de eeuwige genade: Hij die heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen

Alle andere dagen: Wij die op U vertrouwen buigen biddend voor U neer, o Heer Christus, Die op het derde uur van de dag uw Heilige Geest hebt gezonden over uw biddende apostelen. Beveel, zo smeken wij, dat wij aan dezelfde genade van vergiffenis deel mogen hebben: Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 

Gebed voor de gemeenschap van de broeders.

Korte vorm
 

Antifoon 1: Op U, Heer, vertrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; red en bevrijd mij in uw rechtvaardigheid.

Antifoon 2: Heer mijn God, ga niet van mij heen; kom mij te hulp, Heer van mijn heil.

Antifoon 3: God, kom mij te hulp, Heer, haast U mij te helpen.

Gebed: Haast U, Heer, ons te bevrijden van al onze zonden, Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Voor de abt
 

Antifoon: De Heer zal hem behouden en doen leven, Hij zal hem zalig maken op aarde.

Antifoon: De Heer moge u behoeden tegen alle kwaad, de Heer moge uw ziel behoeden.

Antifoon: De Heer behoede uw komen en gaan, van nu af en tot in eeuwigheid.
 

Voor de broeders
 

Antifoon: Behoed ons als uw oogappel; bescherm ons onder de schaduw van uw vleugelen.

Gebed: Moge het U behagen hen allen te beschermen en te heiligen, Almachtige God, die heerst tot in de eeuwen. Amen.

Credo
 

Ik geloof in God, de almachtige Vader, die onzichtbaar is, de Schepper van alle geschapen zichtbare en onzichtbare dingen.

Ik geloof in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer, de almachtige God, die ontvangen is door de Heilige Geest en geboren is uit de Maagd Maria. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd werd en begraven is. Die nedergedaald is ter helle; Die de derde dag verrezen is uit de doden. Die opgevaren ten hemel, en zetelt aan de rechterhand van God, de almachtige Vader. Vandaar zal Hij wederkomen om te oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest, de almachtige God.

Ik geloof dat de Heilige Kerk katholiek is; in de vergiffenis der zonden, de gemeenschap van de heiligen, de verrijzenis van het vlees.

Ik geloof in het leven na de dood, en in het eeuwige leven in Christus' heerlijkheid.

Ik geloof in dit alles in God. Amen.
 

Het Goddelijk Gebed
 

Onze Vader, die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Amen.
 

Hier eindigt het Uur. Men kan hier nog aan toevoegen:
 

De Zaligsprekingen
 

Zalig zijn de armen van geest,

Want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
 

Zalig zijn de treurenden,

Want zij zullen worden getroost.
 

Zalig zijn de zachtmoedigen,

Want zij zullen beërven de aarde.
 

Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,

Want zij zullen worden verzadigd.
 

Zalig zijn de barmhartigen,

Want hunner zal geschieden barmhartigheid
 

Zalig zijn de reinen van hart,

Want zij zullen God aanschouwen.
 

Zalig zijn de vreedzamen,

Want zij zullen genoemd worden kinderen Gods.
 

Zalig zijn die vervolgd worden om de gerechtigheid,

Want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
 

Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt om Mijnentwil,

Liegende en sprekende allerlei kwaad tegen u.
 

Verheugt en verblijdt u,

Want groot is uw loon in de hemelen.
 

Het Magnificat
 

Mijn ziel verheft den Heer, *

en gejuicht heeft mijn geest in God, mijn Redder.

Want Hij heeft neergezien op de geringheid Zijner dienstmaagd,

want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen, *

want de Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan,

en heilig is Zijn Naam.

En Zijn barmhartigheid gaat van geslacht tot geslacht

over hen die Hem vrezen; *

Hij heeft kracht gewrocht met Zijn arm,

verstrooid die trots waren in de waan huns harten.

Machtigen heeft Hij neergehaald van de troon,

en geringen heeft Hij verheven; *

hongerigen heeft Hij met goederen vervuld,

en rijken ledig heengezonden.

Hij heeft Israël Zijn dienaar, opgenomen

indachtig Zijner barmhartigheid, *

zoals Hij gesproken heeft tot onze Vaderen:

tot Abraham en zijn Zaad in eeuwigheid.
 

Het schrijn van vroomheid

Staande met het gezicht naar het Oosten, beide handen opgeheven naar de hemel, zegt men:
 

Onze Vader, die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Amen.
 

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.
 

Met de rechterhand zegent men het Oosten.

Wendt u om en doet dit in de drie andere windrichtingen.
 

Als men terug naar het Oosten gericht staat, buigt men diep naar de grond en herhaalt het voorafgaande eveneens viermaal. Men staat alleen recht om het kruisteken over de vier windrichtingen te maken. Dit wordt dus eveneens naar de vier windrichtingen gedaan.
 

Wanneer men terug naar het Oosten kijkt, herhaalt men opnieuw viermaal, opziend naar de hemel het voorafgaande. Men kijkt alleen naar de windrichting bij het geven van de zegen. Men doet dit eveneens vier maal.
 

Het zesde Uur.
 

P. God, kom mij te hulp.

K. Heer, haast U mij te helpen.

P. Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

V. Amen.
 

Antifoon:

Doe uw aangezicht over ons Lichten, o Heer, en ontferm U over ons.

PSALM 66

God, wees ons barmhartig en zegen ons;

doe Uw aangezicht over ons lichten en ontferm U over ons.

Opdat wij Uw weg mogen kennen op aarde,

Uw heil onder alle volken.

Mogen de volkeren U belijden, God,

mogen alle volkeren U belijden.

Mogen de heidenen zich verheugen en jubelen,

omdat Gij de volken rechtvaardig oordeelt, en de naties geleidt op de aarde.

Mogen de volkeren U belijden, God,

mogen alle volkeren U belijden.

De aarde heeft haar vrucht gedragen:

zegene ons God, onze God.

Zegene ons God

en mogen alle einden der aarde Hem vrezen.
 

PSALM 69

God, kom mij te hulp;

Heer, haast U mij te helpen.

Laat hen beschaamd worden en ontsteld,

die mijn ziel belagen.

Dat zij terugdeinzen en schaamrood worden,

die kwaad tegen mij beramen.

Dat zij terstond beschaamd terugdeinzen,

die tot mij zeggen: Goed zo, goed zo.

God, dat in U juichen en zich verblijden

allen die U zoeken.

Laat hen altijd zeggen: Hoogverheven zij de Heer,

zij die Uw heil liefhebben.

Ik echter ben arm en behoeftig:

God, kom mij te hulp.

Gij zijt mijn Helper en mijn Bevrijder;

Heer, wacht niet langer.
 

PSALM 115

Ik geloof, ook al heb ik gesproken,

toen ik ten uiterste was vernederd.

In mijn verbijstering had ik gezegd:

elke mens is een leugenaar.

Wat kan ik den Heer teruggeven,

voor alles wat Hij mij geschonken heeft?

Ik zal de Kelk des Heils nemen,

en de naam des Heren aanroepen.

Ik zal den Heer mijn geloften inlossen,

ten aanschouwen van heel Zijn volk.

Kostbaar voor het aanschijn des Heren

is het sterven van Zijn gewijden.

O Heer, ik ben immers Uw dienstknecht, de zoon van Uw dienstmaagd:

Gij hebt mijn boeien verbroken.

U wil ik een lofoffer opdragen;

ik wil de naam des Heren aanroepen.

Ik zal den Heer mijn geloften inlossen,

ten aanschouwen van heel Zijn volk

In de voorhoven van het Huis des Heren;

in uw midden, Jeruzalem.
 

Collecte:

Zondag:

Spaar, o Christus, uw smekelingen, die tot U bidden op het zesde uur, het uur waarop Gij op het Kruis werd verheven voor allen, Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 

Alle andere dagen:

Almachtige, eeuwige God, die voor ons grote dingen gewerkt hebt op het zesde uur: Gij zijt op het Kruis gestegen en Gij verlichtte de duisternis van de wereld. Moge het uw welgevallen zijn ook onze harten te verlichten, Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 

Slotgebeden: Gebed voor gemeenschap van de Broeders, lange of korte vorm.

De Geloofsbelijdenis en het Gebed des Heren.

Daarna kunnen de Zaligsprekingen gezongen worden, en het Magnificat.
 

Op zondag in plaats van het Magnificat:
 

Hymne tot de Heilige aartsengel Michaël
 

Mijn hoop is in de Drieëenheid en niet in voortekens,

En ik roep de Aartsengel Michaël bij zijn naam.
 

Opdat hij klaar moge staan en door God, de Geneesheer, tot mij gezonden worde,

In het uur dat ik dit leven en dit lichaam moet verlaten.
 

Moge de hulp van de aartsengel Michaël voor mij zorgen

In het uur waarop de engelen en gerechten zich verheugen.
 

Ik vraag dat hij mij niet overlevere aan de woeste bende van de vijand

Maar dat hij mij brenge naar de rust in het koninkrijk.
 

Moge de heilige Michaël mij helpen bij dag en bij nacht

En moge hij mij plaatsen in het gezelschap der goede heiligen.
 

Moge de heilige Michaël, de achtenswaardige helper, voor mij ten beste spreken,

Want ik ben een zondaar in mijn daden en ik ben zwak.
 

Moge de heilige Michaël mij verdedigen met zijn kracht

Wanneer de ziel heengaat met de legerscharen der heiligen.
 

Mogen de heilige Gabriël, de heilige Rafaël, al de engelen,

En de aartsengelen voor mij immer ten beste spreken.
 

Mogen zij in staat zijn om voor mij te antwoorden

In het eeuwig gerecht van het rijk van de Koning,

Opdat ik mag grijpen de vreugden met Christus in het Paradijs.
 

Eer aan de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest

Tezamen.
 

Help ons, heilige en alwaardige aartsengel Michaël

Die de allerhoogste God zendt om onze zielen te redden.
 

Het schrijn van vroomheid

Staande met het gezicht naar het Oosten, beide handen opgeheven naar de hemel, zegt men:
 

Onze Vader, die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Amen.
 

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.
 

Met de rechterhand zegent men het Oosten.

Wendt u om en doet dit in de drie andere windrichtingen.
 

Als men terug naar het Oosten gericht staat, buigt men diep naar de grond en herhaalt het voorafgaande eveneens viermaal. Men staat alleen recht om het kruisteken over de vier windrichtingen te maken. Dit wordt dus eveneens naar de vier windrichtingen gedaan.
 

Wanneer men terug naar het Oosten kijkt, herhaalt men opnieuw viermaal, opziend naar de hemel het voorafgaande. Men kijkt alleen naar de windrichting bij het geven van de zegen. Men doet dit eveneens vier maal.
 

Het negende uur.
 

P. God, kom mij te hulp.

K. Heer, haast U mij te helpen.

P. Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

V. Amen.
 

Antifoon: Zie, wat schoon en verkwikkend is het voor de broeders om eendrachtig samen te wonen.
 

PSALM 129

Uit de diepten Heer, heb ik tot U geroepen:

Heer, geef gehoor aan mijn stern.

Laat Uw oren aandacht schenken

aan de stem van mijn smeking.

Zo Gij op ongerechtigheden zoudt acht slaan, Heer;

Heer, wie kan dat doorstaan?

Maar bij U is vergeving;

omwille van Uw naam, Heer, heb ik U verbeid.

Mijn ziel verwacht Uw Woord;

mijn ziel vertrouwt op de Heer.

Van de ochtendwake tot de nacht

vertrouwe Israël op de Heer.

Want bij de Heer is barmhartigheid;

bij Hem is overvloedige verlossing.

Ja, Hijzelf zal Israël verlossen,

uit al zijn ongerechtigheden.
 

PSALM 132

Zie, wat is zo schoon en verkwikkend,

als broeders die eendrachtig samenwonen.

Het is als olie op het hoofd,

die afvloeit in de baard.

Die afvloeit in de baard van Aäron

tot op de zoom van zijn gewaad.

Het is als dauw van de Hermon,

die neerdaalt op de berg Sion.

Want daar gebiedt de Heer Zijn zegen:

leven tot in eeuwigheid.
 

PSALM 147

Loof, Jeruzalem de Heer;

Sion, loof uw God.

Want Hij heeft de grendels van uw poorten sterk gemaakt;

Hij heeft uw kinderen binnen u gezegend.

Hij heeft aan uw grenzen vrede geschonken;

Hij verzadigt u met fijnste tarwe.

Hij zendt Zijn Godsspraak tot de aarde;

Zijn woord snelt erheen.

Hij geeft sneeuw gelijk wol;

Hij strooit stofregen als fijne as.

Hij werpt Zijn ijs als korrels.

Wie kan standhouden voor Zijn koude.

Hij zendt Zijn woord uit, en doet ze smelten;

Zijn wind blaast, en het water vloeit weer.

Hij verkondigt Zijn woord aan Jacob

Zijn gerechtigheden en oordelen aan Israël.

Dit heeft Hij niet voor alle volkeren gedaan;

aan hen heeft Hij Zijn Oordelen niet geopenbaard.
 

Collecte:
 

Zondag:

Hoor, Christus, naar het gebed van allen die tot U bidden op het negende uur, zoals Gij het gebed van Cornelios verhoord hebt door de engel, Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 

Vastendagen:

Het negende uur van de dag wordt aan U, Heer, geofferd met de eenvoudige bede: op dat uur werden goddelijke wonderen getoond aan uw aanbidders. Mogen ook onze harten verlicht worden in navolging van hun hart door U, die heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 

Andere dagen:

Onze geliefde broeders vergaderen op het negende uur, de tijd waarop de Rover zijn belijdenis deed en hem het paradijs beloofd werd. Mogen ook wij onze zonden belijden, o Heer, opdat wij het Koninkrijk der hemelen mogen winnen en recht hebben op het eeuwige leven, Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 

Slotgebeden: Gebed voor gemeenschap van de Broeders, lange of korte vorm.

De Geloofsbelijdenis en het Gebed des Heren.

Daarna kunnen de Zaligsprekingen gezongen worden, en het Magnificat.
 

Op zondag in plaats van het Magnificat:
 

Hymne van de heilige Cuchuimneus

voor de Moeder Gods.
 

Laat ons elke dag en vele malen eendrachtig zingen

En God toejuichen met een waardige hymne aan heilige Maria.
 

Nogmaals laat ons nu en later Maria samen loven

Opdat onze stem elk oor zou doen galmen door onze smekende lofzang.
 

Maria, uit Juda's stam, de moeder van de allerhoogste Heer

Schonk de gepaste genezing aan de gevallen mens.
 

Gabriël kondigde het Woord aan, dat ontvangen werd

Zonder aardse vader, en opgenomen werd in haar moederschoot.
 

Zij is de hoogste, zij is de eerbiedwaardige Maagd

Die niet door haar geloof niet terugweek, maar standvastig bleef.
 

Een dergelijke moeder werd voor haar en evenmin na haar ooit gevonden,

En toch was haar afkost van menselijke oorsprong.
 

Door de vrouw en het hout ging de wereld eertijds te gronde,

Door de deugd van de vrouw werd zij tot het heil teruggebracht.
 

De bewonderenswaardige Moeder Maria bracht ter wereld haar eigen Vader

Door Wie heel de wereld gelooft, die op ongekende wijze gewassen werd door het water.
 

Zij ontving de Parel, en dit zijn geen ijle dromen,

De Parel waarvoor gezonde christenen al het hunnen verkopen.
 

De Moeder weefde voor Christus een naadloos gewaad,

Dat niet gescheurd werd toen Christus stierf.
 

Trekken wij de wapenrusting aan van het licht als schild en als helm,

Opdat wij door God aanvaard worden omwille van Maria.
 

Amen, amen, bezweren wij de verdiensten van de maagd

Opdat de vlam van de zorgeloosheid ons niet zou bedriegen.
 

Laat ons de naam van Christus aanroepen met als getuige de engelen,

Opdat wij het genot mogen smaken te zijn ingeschreven in het boek der hemelen.
 

Het schrijn van vroomheid

Staande met het gezicht naar het Oosten, beide handen opgeheven naar de hemel, zegt men:
 

Onze Vader, die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Amen.
 

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.

God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen.
 

Met de rechterhand zegent men het Oosten.

Wendt u om en doet dit in de drie andere windrichtingen.
 

Als men terug naar het Oosten gericht staat, buigt men diep naar de grond en herhaalt het voorafgaande eveneens viermaal. Men staat alleen recht om het kruisteken over de vier windrichtingen te maken. Dit wordt dus eveneens naar de vier windrichtingen gedaan.
 

Wanneer men terug naar het Oosten kijkt, herhaalt men opnieuw viermaal, opziend naar de hemel het voorafgaande. Men kijkt alleen naar de windrichting bij het geven van de zegen. Men doet dit eveneens vier maal.
 

Processie naar het Kruis
 

Collecte voor de hymne
 

Heilige Heer, Verlichting en ware Verlossing voor wie geloven: vorstelijke Opstanding van luister, Licht van ons hart, door de kennis van de Drieheid en de waarneming der Eenheid, maak ons waardig om kinderen van het licht, ledematen van Christus en een tempel van de Heilige Geest te zijn; Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen.
 

Dagelijks

Hymne AB 2

Hilarios van Poitiers
 

De vergadering der broeders zingt de hymne,

Welluidend zingen zij de muziek van de hymne.

Laten wij aan Christus, de Koning, harmonieus

De verplichte lofzang schenken.
 

Gij, Woord, uit het hart van God,

Gij, Weg, Gij, Waarheid,

Gij Jesse's stam,

U noemen wij de Leeuw.
 

Gezeten aan de rechterhand des Vaders, Gij Berg en Lam

Gij zijt de Hoeksteen,

De Bruidegom of de duif,

De vlam, de herder, de deur.
 

Gij werd verkondigd door de profeten:

Gij werd geboren in onze wereld

Gij die voor alle eeuwen bestond:

Gij de Maker van de eerste eeuw.
 

Maker van de hemel, Maker van de aarde:

Gij verzamelt de zeeën,

Gij zijt de Maker van alle dingen

Die de Vader beval dat zij geboren zouden worden.
 

Gij werd ontvangen in de schoot van de maagd,

Gij die aangekondigd werd door Gabriël;

Haar schoot ging zwaar van het heilig Kind,

Laten wij ons aansporen om te geloven.
 

Een nieuw gebeuren, nog nooit aanschouwd:

Een maagd baart een zoon.

De wijzen volgden de ster

En aanbaden als eersten de nieuwgeborene.
 

Zij offerden wierook en goud:

Offers een koning waardig.

Weldra wordt dit Herodes overgebriefd

En het valt zijn machtshonger niet in de smaak.
 

Hij beval dan de kinderen te vermoorden:

Hij maakte hen allen tot martelaar.

Het Kind echter werd weggebracht en verborgen

Daar waar de Nijlrivier stroomt.
 

Na Herodes' dood wordt Hij teruggebracht:

De Hemeling groeide op in Nazaret

Als kind en als volwassene

Werkte Hij vele blijvende tekenen
 

Die bevestigd worden

Door een koor van vele getuigen:

Hij verkondigt het hemels Koninkrijk,

En Hij bevestigd zijn woorden door tekenen:
 

De zwakken maakt Hij sterk.

Hij verlicht de blinden.

Door een woord reinigt Hij de besmetting der melaatsen.

Hij wekt de doden op.
 

Hij beval het water in de kruiken

Te veranderen in wijn, omdat er tekort was,

En de bruiloftsgasten schatten die wijn zo hoog

Dat zij hem onversneden dronken.
 

Met vijf broden en twee vissen

Voedde Hij de vijfduizend.

De resten van het maal

Vulden twaalf korven.
 

De bijeenkomst van allen die aten

Prijst Hem voor eeuwig.

Hij nam twaalf man tot zich

Door Wie het leven wordt geleerd.
 

Een van hen, Judas,

Werd Christus' verrader bevonden.

Zij die door Annas werden gezonden

Worden geleid door de verraderskus.
 

Hij, de Onschuldige, wordt gevangen genomen

En Hij, die geen weerstand bood, wordt weggevoerd.

Op valse manier wordt Hij gearresteerd

En wie Hem aan Pilatus overleveren, hekelen Hem.
 

De landvoogd verwerpt de beschuldigingen,

Want hij vindt geen schuld in Hem.

Maar met de vergadering van de Joden,

Uit opzicht voor de keizer,
 

Wordt Christus als opstandeling veroordeeld.

De Heilige wordt overgeleverd aan de menigte

Die met goddeloze woorden tegen Hem razen.

Hij verdraagt de bespuwing en de geselslagen.
 

Hem wordt bevolen het Kruis te bestijgen,

De Onschuldige voor de zieken.

Door de dood van het vlees dat Hij droeg

Overwint Hij de dood van allen.
 

Dan, hangend, roept Hij tot God de Vader

Met een luide kreet.

De dood greep Christus' kleed

Maar Christus maakte de nauwe ketenen los.
 

De voorhang van de tempel hangt gescheurd,

Nacht verduistert de wereld.

Eenmaal opgesloten lichamen

Rijzen uit de graven op.
 

De gezegende Jozef komt:

Het lichaam wordt bedekt met myron

En, gewikkeld in een ruw lijnwaad

Begraaft hij het in droefheid.
 

Annas, de leider, beveelt

Soldaten het Lichaam te bewaken:

Opdat hij zou zien dat Christus waar maakt

Wat Hij zo openlijk verklaard had.
 

Zij beven voor de engel van God

In een witte mantel gekleed.

Zijn kleed overtreft

Alle zijde in glans.
 

Hij wentelt de steen weg van het graf:

Christus verrijst onoverwonnen.

Het leugenachtige Juda ziet het

Maar ontkent wat het heeft gezien.
 

De vrouwen vernamen als eersten

Dat de Verlosser leeft;

Haar die Hij in droefheid begroette

Vervult Hij met blijde vreugde.
 

Daarna verkondigen zij aan de apostelen

Dat Hij, opgestaan uit de doden

Door Gods rechterhand,

Teruggekeerd was op de derde dag.
 

Weldra wordt Hij gezien

Door de gezegende broeders, die Hij had beproefd.

Hij antwoordt hun die twijfelden

Door binnen te treden bij vergrendelde deuren.
 

Hij onderwijst de voorschriften der Wet

En schonk de Goddelijke Geest:

De volmaakte Geest van God:

De keten van de Drieëenheid.
 

Hij beval dat over heel de wereld

De gelovigen zouden worden gedoopt:

Aanroepend de naam van de Vader:

En in vertrouwen genomen door de Zoon.
 

Door de Heilige Geest openbaart Hij

Het mystieke geloof aan de gedoopten:

Zij die ondergedompeld werden in de Doopvont

Worden herschapen: zonen van God gemaakt.
 

Laat nu, voor de dageraad, de vergadering

Der broeders eensgezind de Heerlijkheid bezingen,

Door Wie ons geleerd werd dat wij zullen zijn

In het eeuwig tijdperk.
 

Het kraaien van de haan, het fladderen van de haan

Vertelt ons dat de dag naakt:

Wij zingen en bidden de litanie

Wat wij geloven zal geschieden.
 

Wij bezingen samen

De Oneindige Majesteit;

Voor het ochtendrood verkondigen wij

Christus de Koning door alle eeuwen.
 

Voor het ochtendrood verkondigen wij

Christus de Koning door alle eeuwen.

Wij die Hem rechtgelovige aanhangen

Zullen met Hem heersen.
 

Eer aan de ongeboren Vader,

Eer aan de eniggeboren Zoon

Evenals aan de Heilige Geest

Tot in der eeuwen eeuwigheid.
 

Gebed: Luister naar ons gebed, o Heer, die onze menselijke zwakheden bezocht hebt om ons de Heiligheid en de Onsterflijkheid te schenken, Gij die heerst in de eeuwen der eeuwen.
 

Verering van het Kruis met de Lorica van Mugron
 

Uw Heilig Kruis vereren wij, o Meester.

Uw kostbaar Kruis omhelzen wij, o Heiland.

Uw levenschenkend Kruis kussen wij, o Christus.
 

Het Kruis van Christus op dit hoofd, en op dit oor,

Het Kruis van Christus op dit oog, en op deze neus, en op deze wang,

Het Kruis van Christus op deze mond, op deze tong en deze keel,

Het Kruis van Christus op deze rug,

Het Kruis van Christus op deze borst,

Het Kruis van Kruis aan deze beide zijden,

Het Kruis van Christus op mijn handen, van de schouders tot de handpalmen,

Het Kruis van Christus op mijn heup,

Het Kruis van Christus op mijn haar,

Het Kruis van Christus met mij in geluk en in ongeluk,

Het Kruis van Christus verhindere elke twist zowel onderweg als thuis,

Het Kruis van Christus in het Oosten geve mij moede,

Het Kruis in het Westen bij zonsondergang,

In het Zuiden, het Noorden zonder oponthoud, het Kruis van Christus zonder uitstel,

Het Kruis van Christus boven tegen heldere hemel,

Het Kruis van Christus beneden tegen de aarde,

Dan zal geen kwaad noch lijden mijn ziel of lichaam treffen.

Het Kruis van Christus bij mijn zitten,

Het Kruis van Christus bij mijn neerliggen,

Het Kruis van Christus is heel mijn kracht

Tot wij de Koning der hemelen bereiken.
 

Uw Heilig Kruis vereren wij, o Meester,

En uw heilige Verrijzenis loven wij.
 
 
 

Zaterdag en Heiligenfeesten
 

Hymne AB 11
 

Alheilige Martelaren van de allerhoogste God,

Allersterkste strijders van Christus de Koning,

Zeer machtige legeraanvoerders van Gods leger

Overwinnaars, die in de hemelen zingt tot God:

Alleluia.
 

Meest verheven Christus, God van de hemelen,

En van de Cherubim: Gezeteld met de Heilige Vader,

Tot Wie het Koor van de engelen en de lichtende martelaren,

Tot Wie de heiligen roepen:

Alleluia.
 

O Luister, als Eerste zijt Gij voor allen gestorven op het Kruis;

Gij verlichtte de wereld toen de dood werd vertreden.

Gij zijt ten hemel gestegen tot de rechterhand van God,

Tot U roepen de heiligen:

Alleluia.
 

De heilige apostelen volgden U

Met gesterkt hart als een geestelijk leger,

Want door het kruis hebt Gij de dood verdreven.

Tot U roepen de heiligen:

Alleluia.
 

Christus, Gij zijt de machtige hulp van de martelaren

Die streden voor uw glorie

En die met de Overwinnaar zijn heengegaan van deze eeuw.

Tot U roepen de heiligen:

Alleluia.
 

O Heer, uw stralende en onvolprezen macht

Waardoor de Heilige Geest de martelaren sterkt,

Brengt de duivel in verwarring en overwint de dood.

Tot U roepen de heiligen:

Alleluia.
 

Beschermd door de hoge hand van de Heer,

Stonden zij sterk in de strijd tegen de duivel,

De dienaren van het geloof in de Drieëenheid.

Tot U roepen de heiligen:

Alleluia.
 

Waarlijk, zij heersen met U, o Christus God,

Want door hun lijden verdienden zij de kronen

En, vervuld met de vruchten der eeuwigheid, verheugen zij zich.

Tot U roepen de heiligen:

Alleluia.
 

Laat ons smekend de genade van Christus God vragen

Opdat wij volmaakt zijn in zijn heerlijkheid

En in de Heilige Stad, het Jeruzalem van God,

Opdat wij met de heiligen mogen zeggen tot de Drieëenheid:

Alleluia.
 

Gebed: Laat ons uw heilige Verrijzenis vereren, o Christus, waardoor wij waardig worden bevonden om gered te worden en bewaard voor de eeuwigheid, in de eeuwen der eeuwen.
 

Zondag
 

Hymne AB 12
 

Geest van goddelijk en glansrijk Licht,

Zie op mij, o Heer.
 

God van waarheid,

Heer God Sabaoth,

God van Israël,

Zie op mij, o Heer.
 

Licht van Licht,

Danken wij Zoon van de Vader

En de Heilige Geest, Die één van wezen is.

Zie op mij, o Heer.
 

Eniggeboren en Eerstgeboren Zoon

Van Wie wij wonnen

Onze verlossing.

Zie op mij, o Heer.
 

Gij zijt geboren door de Heilige Geest

Uit de Maagd Maria.

Aldus leven zij, die U

In de doopvont worden geboren

Als kinderen der aanneming.

Zie op mij, o Heer.
 

Erfgenamen en mede-erfgenamen

Van uw Christus, in Wie

En door Wie Gij alles geschapen hebt,

Zoals voor ons werd voorbeschikt van voor alle eeuwen;

Jezus is God, door Wie alles aanvangt:

Zie op mij, o Heer.
 

Door uw Eniggeboren Zoon ontvangen de doden,

Van God het lichaam en Gods luister,

Om te leven in de eeuwen der eeuwen.

O Koning van de eeuwig-levenden:

Zie op mij, o Heer.
 

Nu kent Hij een begin, die altijd

De Zoon was van uw natuur was,

Van het goddelijk Licht van uw Glorie,

Die gevormd werd en vervuld

Met de volheid van uw Godheid.

Zie op mij, o Heer.
 

Persoon, eniggeboren,

En eerstgeboren

Hij, die alles van alles is,

U noemen wij: Licht van Licht.

Zie op mij, o Heer.
 

En ware God

Van de ware God zelf.

Wij belijden de drie Personen

In één Wezen,

Zie op mij, o Heer.

Gebed: Uw Eniggeborene werd gemaakt tot de Dageraad in de dagen van ouds en Hij is gekomen om onze zonden weg te wassen door het Kruis, Hij die heerst met U en met de Heilige Geest in de eeuwen der eeuwen.
 

UNITAS
 

Eenheid in Drieheid,

Ik smeek U, o Heer,

Dat Gij mij ertoe brengt

Om mij met heel mijn verlangen

Aan U te offeren.
 

AB 3 Hymne van de Apostelen
 

Laat ons smeken tot de Vader,

De almachtige Koning,

En tot Jezus Christus

Evenals tot de Heilige Geest.

Alleluia.
 

God in Eén,

Volmaakte Wezenheid,

Drieëen in Drie

Aanbeden Personen
 

R. Kyrie eleison.
 

God der werelden,

Lichtende luister van de doopvont,

Van de hemelbewoners

En van de sferen der lichten.
 

Dit is waarlijk de dag

Toen de eerstgeborene der hemelen

Oplichtte vanuit het grote gewelf

Van het heelal.
 

Zo is het Woord vleesgeworden,

Het Licht van den beginne

Werd door de Vader

In de wereld gezonden.
 

En Hij die eerst

De machten wegvoerde uit de chaos,

Verdreef de nacht

Van de nietsvermoedende wereld.
 

Dus werd deze weerstrevende

Sloomheid onderworpen;

Hij brak de paal af

En ontbond de ketens van de dood.
 

De schaduwen waren

Boven en voor de afgrond

Toen opstraalde

De Eerste der dagen.
 

Het ware Licht

Kwam tevoorschijn uit,

En verbond de onwetenden

Met de hoogste harten.
 

Op dezelfde dag

Keerde achterwaarts

De zogeheten Rode Zee,

En werd Israël bevrijd.
 

Daardoor wordt ons geleerd

De werken der wereld te verwerpen

En de deugd op te nemen

In de woestijn.
 

De trotse Farao verdronk

Die zich naijverig mat met God,

Geleid door vuur

Zongen zij God lof.
 

Aldus bevrijd, nu onze

Zelfverzekerde vijanden zijn verdreven,

Laten ook wij ons toeleggen

Op de lofprijzing van God.
 

En zo maakt Hij,

Die een begin gaf aan het licht,

Ook nu en hier

Een begin aan de verlossing.
 

De eerste is uitgevaardigd

Bij het begin van de dag,

De tweede in de ware

IJver van het geloof.
 

Op het einde van de wereld

Na zovele mysteriën

Komt de Verlosser

In grote vergevingsgezindheid.

Even naakt

Als de elementen tevoorschijn kwamen,

Zoals de mond der profeten

Op heldere wijze vierde.
 

Hij werd geboren als mens

In sterflijk vlees,

Terwijl Hij niet afwezig was in de hemel

En in de Drieëenheid bleef.
 

In doeken gewikkeld,

Aanbeden door de wijzen

Straalde Hij onder de sterren

En werd in de hemel aanbeden.
 

Hij werd omvat

Door een doodgewone kribbe

Hij wiens hand

De hele wereld omvat.
 

En het eerste teken:

Water dat verandert

In de zoetste nectar

Brengt de leerlingen tot geloof.
 

Toen werd vervuld

Wat gezegd was door de profeten.

De lammen lopen

Als een hert.
 

En de tong van de stommen

Spreekt duidelijk,

De ketenen werden gebroken

Op bevel van de Heer.
 

Eveneens verdeelde Hij

Vijf broden om te verzadigen

De honger van duizenden

Die zo gemakkelijk twijfelen.
 

Maar dergelijke overvloed

Van de goddelijke barmhartigheid

Prikkelt onmiddellijk

En de naijver begint.
 

Want wie wenst te haten

En te benijden

Vindt bij de vijanden

Altijd wel een slachtoffer.
 

Een raad wordt bijeengeroepen

Tegen Hem

Die genoemd wordt

De engel van de goede Raad.
 

Zij gaan naar Hem toe

Met zwaarden als naar een dief,

En de dief zal wegwerpen

De munten der eeuwigheid.
 

Dan wordt Hij gesleept

Naar een rechtbank van mensen,

De Eeuwige wordt veroordeeld

Door een sterflijke koning.
 

Hij, die opgehangen is aan het Kruis,

O wonder, schokt de Pool

En op het derde uur doofde Hij

Het licht van de zon.
 

Rotsblokken spleten,

De voorhang van de tempel scheurde,

De doden stonden op,

Levend, uit hun graven.
 

Hij bevrijdt hem

Die geketend was door banden

Van duizenden jaren,

Door banden van de dood van de lage oude mens.
 

De eerstgevormde is bevrijd

Van de schandelijke zoon der boosheid,

Want de dood werd gegrepen

Door de woedende Wreker.
 

Door zijn opstanding

Herstelt Hij vriendelijk

Elk van hen die voorheen

Woonden in het paradijs.
 

Hij verheft het hoofd

Van het lichaam van het heelal

Tot in de Drieëenheid

En roept allen tot de Kerk.
 

Daarin beveelt de Hemeling

Aan de oude poorten zich te openen

Voor de Koning

En zijn eeuwig gevolg.
 

Van de hoge zoekt Hij

Wie was afgedwaald

En Hij brengt Hem terug op zijn schouders

Naar de schaapstal.
 

We verwachten Hem

Die zal komen

Om te oordelen de gerechten

En te verlossen het werk zijner handen.
 

Ik vraag nu hoe

En met welke geschenken

Wij in staat zullen zijn

Hem terug te betalen?
 

Hoe zullen wij kunnen,

Wij stervelingen met het kleine woord,

Maar iets te verhalen

Wat niemand te verklaren vermag?
 

Laat ons alleen maar bidden

Steeds hetzelfde gebed:

Onze eeuwige Heer,

Ontferm U.

Alleluia.
 
 
 

© 2000 Celtic Orthodox Christian Church

Home
Return to Previous Page